ANGEL


ENGEL........ANGEL


Ik loop de zon in naar de open plek. Daar staat hij. Waar was je?  Oh zeg ik zo nonchalant mogelijk. Er is iets gebeurd. Ik kon plotsklaps de weg niet vinden. Ik ben er nu. Zullen we even gaan zitten. Hij is geenszins verrast.

HET HEEFT ZO MOETEN ZIJN.

SOMS GEBEUREN DIE DINGEN.


Soms ben jij er dan.

Niet zomaar.

Ik kom veel mensen tegen.

Sommigen vallen op.

Door iets ondefinieerbaars


Ze houdt zacht maar vastbesloten mijn hand vast en leest aandachtig de lijnen.

Doordrongen van die mooie uitstraling staar ik gefascineerd naar haar.

Haar humoristische kijk op wereldse zaken intrigeert me.


Je gaat op date zegt ze en lacht voluit. Ik lach met haar mee. Mijn luchtig blauwe jurkje lijkt ook te lachen.

Je bent gul. Hoezo gul. Als eerste merkt ze dit op. Vreemd maar waar.


Je doet graag dingen met zijn twee. Gewoon zoals het woord eigenlijk al zegt denk ik. Twee... niet één ...niet vier. Zoals nu hier. Twee hoeft niet altijd samen te betekenen realiseer ik me. Ik kan en doe zoveel alleen immers.


Je zit al heel lang in iets verschrikkelijks. Kap ermee. Gelijk schoon schip maken vervolgt ze ernstig. En datgene wat je vroeger heeft getekend zo zwaar. Ik zal het niet benoemen zegt ze plots beschermend.


Wanneer ben je eigenlijk geboren vraagt ze haast verontschuldigend. Ik dreun het automatisch op.  Geen enkel probleem hier en nu met een wildvreemde verzorgd geurende oudere vrouw bij een tankstation. Het portier geopend aan haar kant. Waar ze nu kalm naast staat met mij schuin voor haar. Nog steeds met uitgestoken hand. Er is verder niemand


OH JA !

Ik ben de weg kwijt.  Woods ingeprogrammeerd als wegwijzer. Totdat ik weinig meer wijzer wordt van de navigatie. Abrupt gestopt met de finish in zicht. Zo voelt het.


Het tankstation doemt op en voelt veilig als haven. Zo beland ik halsoverkop aan de hand van een prachtig en krachtig medium. Zo voelt het allerminst. Wij horen hier als vanzelfsprekend. Haar stem lijkt nu van ver te komen en galmt na je zult het allemaal alleen moeten doen. Alleen moeten doen. Waarom alleen denk ik. Ze waarschuwt met haar vinger NIET DOEN! AL DIE MANNEN DIE GAAN KOMEN.


Ze strijkt de zijkant van mijn hand. Je bent zakelijk.

Aha weer in de roos .


Je gaat mooie dingen doen. Veel voor mensen betekenen. Het zit er al die tijd. Gebruik je gaves. Doe er iets mee.


Ik kijk haar onderzoekend aan. Ze zit nu lager kwetsbaarder achter het stuur. Haar benen buiten de auto. Klaar om haar Tom Tom een zetje in de goede richting te geven.


Plots klinkt mijn stem. "Bent u wel gelukkig?" Haar blije blik verstart. Alsof een donkere wolk voorbij trekt verdwijnt de zon.

Zacht fluistert ze: " Ik ben hier nu voor jou. Niet voor mij. Voor jou echood na.


"Kom!" zegt ze "Volg me maar." Ze trekt definitief het portier dicht.


Ik stap snel in volg kabbelend via donkergroen beboste lanen gedwee de weg. Haar oude trouwe vijfdeurs auto volgend.


Zo vertrouwd. We zijn er. Ze wijst. De bocht om. Het zandpad linksaf. En je bent er. Haar lichaam nadert het mijne.

Haar woorden naast en in mijn gehoorgang. Vergeet niet wat ik gezegd heb. Ga er iets mee doen. Je hebt gaves. Echt en nu ga ik.


Kan ik u ergens vinden op internet of zo?


Je zult me nergens vinden. ME NOOIT meer zien zegt ze stellig. Ik probeer haar kenteken te onthouden. Het merk auto. De kleur. Het duizelt me. Niets beklijft.


Ik kijk haar na. De auto verwijdert zich en raakt uit het zicht.


© Kattya





KLIMDROMEN


Ik zat op een strict gescheiden meisjesschool met van die behoudende wereldvreemde ongetrouwde feeksen. Het leek op het eerste gezicht een uitgemergelde sadistische tweeling met dezelfde scherpe tronies. Ware het niet dat superheks klas 6 runde en de wat toegeeflijkere fragielere evenhelft klas 5.

Een deur verbond beide lokalen met overigens opvallend hoge plafonds. 


Juf 5 Van de Heuvel was vaak ziek dan ging de deur open en werd het strenge 6 regime uitgebreid naar het aanliggende lokaal. Daar lieten ze je vervolgens eindeloos poedels borduren op een lullig kleedje.


We hadden enorme ramen die uitkeken op een prachtig hellend restant van de ijstijd. Aan het eind van het opgestuwde land daalde het flink en stond je plots in een prachtig meanderend dal met breed overhangende klimbomen.


Met biologieles stonden we dan eindelijk oog in oog met wat we smartend achter glas hadden ontbeerd. Eerst was het bloedheet als in een popcornmachine. Naarmate we meer richting het dal togen werd het vochtiger en geheimzinniger met planten met rare oren die we nog niet kenden.


Als we moe van het eindeloos klauteren en omlaag glijden en eindeloos luisteren naar de juf die plots losser en leuker leek terug slenterden over het hogere opgestuwde bijna altijd zonovergoten land reflecteerden de goud wuivende korenaren fel. Soms stonden er  plukken mais. Verderop de dorstende paarden met hun prachtige neergeslagen wimpers die met weinig schaduw genoegen moesten nemen.


Ik weet niet goed wat ik voelde als kind. Ik overleefde de status quo die thuis heerste. Ik ben eigenlijk een beetje door de tijd gehold. Plots studeerde ik en liet ik alles achter me. En vonden hele knappe jongens me leuk.


Nog steeds heb ik een hekel aan borduren en die ingelijste stomme steekjes als zogenaamd teken van noeste arbeid.


© KATTYA

Created by Kattya