THE FORTRESS









THE FORTRESS - DE VESTING
















Er lag een prachtig ontworpen jacht in de meest coole naadloos in elkaar glijdende metallic grijstinten die lucht en water prachtig weerkaatsten en samen lieten smelten.


Later zou hij lelijk zeggen. Er liggen véél mooiere met zeilen. Zeilen is heerlijk gaf ze verlangend aan. Ik kan zeilen benadrukte hij. Jij kan zoveel, antwoordde zij.


Het licht was niet echt super die dag. Te fel in de plots hels ontwakende middag. Een overmoedige straatveegmachine tilde met bravoure hemelreikende stofwolken als bewegend witte monsters in het rond. Miljoenen stofdeeltjes daalden vervolgens neer in de blinkende zon om  reflecterende zwarte keien dof te bedekken.

De mad man zou weldra weer uitrukken om zijn tovertruc te herhalen.


Ze had het gevoel dat ze elk tuintje, terras, elke kerk - en watertoren, elk museum, elke graspol, elk zitje om van de zon te genieten, elk café en ijssalon, elk in de avond verlicht molentje, elk zeil, elk scheepsbeslag en elk kanon gezien had.


Er was bar weinig beschutting. Ze kon de bomen tellen. De wieken werden niet voortgeblazen door enig zuchtje wind en ook de opeengepakte zeilschepen leken leeg en verlaten. 


De nepkleurige smalle huisjes torenden hoog. Vormden met veel moeite in plaats van bomen hier en daar schaduwen op het omringende plein. Het water was grijsgroen, soms antraciet net als de meeste relingen. Haar oog tuurde door een groenblauwe krul langs de brug en ze zag in de verte twee historische majestueuze schepen elkaar aandoenlijk verleiden.


De smal behuisde makelaar aan het plein bleek open. Verderop stonden relikwieën van de Oranjes. Óf het de vitrine van een winkel betrof met daarachter hoog gesloten gordijnen óf een uitbundig voorspel van wat zich verder in een wilkekeurig woonhuis afspeelde? Opeengestapeld serviesgoed naast een schenkkan. Daaronder de gedateerde Juliana & Bernhard bekers.

Verdere parafernalia en een opvallend groot fröbelwerk hing buiten in de hoek bij de deurpost. Blauwe lussen, iets met grote gaten. Haar fantasie was zo goed om er een zeilschip in te zien.


Ergens zat een dame op een wiebelend stoeltje op een zelf gecreëerd meditteraan terras met iel tafeltje. Breed omrande zonnehoed chique te bakken. De minuscule parasol oogde ranker zo aan dat grote zinderend verlaten plein.


Steeds meer bekroop haar het gevoel dat ze een enorm poppenhuis bekeek. Met hier en daar lege ruimtes. Anderen volgestouwd als pakhuis en hier en daar een modern frisse woonkamer en die ene gedistingeerde zonnebadende barbie.


Zonder Ken. Die laadde net wat spullen uit zijn territoriale four-wheeldrive. Ken verdween net zo snel weer geluidloos als Hans Klok achter geblindeerde deuren.

Er waren twee immens hoge doorgangen. Erachter ontwaarde ze flink hoger gelegen felgroen gras en registreerde ze koelte, het ruisen van bomen.


Onder het duister ontsierend bollend oog van een 360 graden camera ontwaarde ze om de hoek een witte overvloed aan geurende bloeiende bloemen. Miniatuurtuintjes met minihekjes. Mini ramen aan de schaduwrijke plots hellende achterzijde vormden een vreemd contrast.


Hier of zomaar ergens waar de omstandigheden het toelieten scheurde hij decennia geleden roekeloos op zijn fietsje. Buitelde hij met vriendjes keihard van de dijk. Koprollend met kordate kin. Longen vol branie, rijke zuurstof. Genietend van vrijheid. Dromend van eeuwige jeugd en schoonheid.


Leven weg van banaliteit, angst, uitgewiste spontaniteit. Weg van ratio.

De giga koprol steeds in de tijd met daarin stugge offers. Weg van alles trok hij zijn ondoordringbare verdedigingslinie op.

Gek werd je immers. Als je niet kon zeilen.

Weg van hitte, leegte.


Toen ze het droogdok Jan Blanken bereikte, dat leek op een starre lichtgrijze volgevreten XL rups die geen stap meer kon verzetten, keek ze naar de lettervloed.

" EEN WERK , 'T GEEN VOOR GEEN DER GROOTE BOUWKUNDIGE ONDERNEEMINGEN IN ANDERE LANDEN BEHOEFDE TE WYKEN."

Witte antieke klinkers galmden na uit een roemrucht verleden.

Zouden ze houden op dat metalen frame onder die godvergeten heet bijtende zon?


Er klonk bedrijvigheid aan het eind. Daar waar de enorme grijsgrauw gespoten deuren uitnodigend open stonden werd geboord en gewerkt aan kleine maquettes. Ze ontwaarde in een fractie een zeilscheepje in een kleine ruimte aan de achterkant van de bewegingloze rups.




                 ______________________________________________________


Ze klom bovenop de hoge muur en sprong over een diepte van zeker 2,5 meter zonder angst naar een beter uitkijkpunt om de waterlinie in zijn glorie te overzien.


Als in een tijdmachine werd ze in een ander tijdsgewricht gezogen. Daalden bruine meisjesvoetjes in felwitte margrieten teenslippers behendig de steil buigende dijk af. Aan het eind van de traag zwoele namiddag kaapte ze een van de betere roeiboten van de grindmaatschappij. Roeide ze naarstig naar het diepste punt. Daar waar het zwijgende water ondoorgrondelijk ijskoud zwart tegen haar handen en roeispanen spatte. Zwoele lucht haar zacht onderdompelde, bezag ze de wereld op haar manier.


De roodgouden gloed verlichtte haar gezicht langdurig. Een dromerig langharig meisje in een eerdere tragere eeuw.


© KATTYA




P. S.


17e eeuw: Het ontstaan van de Vesting

Het water en Hellevoetsluis zijn vanouds met elkaar verbonden. Dankzij de gunstige en strategische ligging aan het Haringvliet werd Hellevoetsluis in het begin van de 17e eeuw een thuishaven voor de Hollandse oorlogsvloot. Een haven die later steeds meer werd versterkt, waardoor de unieke combinatie van vestingstad en oorlogshaven ontstond. Admiraals als de Ruyter, Tromp en Piet Hein hebben er hun thuishaven gehad.


In 1667 vertrok vanuit Hellevoetsluis een vloot om de Engelse marinehaven Chatham aan te vallen. De operatie was succesvol: tientallen fregatten werden verbrand of tot zinken gebracht en Michiel de Ruyter kwam triomfantelijk terug met het veroverde vlaggenschip The Royal Charles. Om te voorkomen dat één van de vijanden van de Republiek een vergelijkbare aanval zou uitvoeren op de in Hellevoetsluis liggende oorlogsvloot, werden omstreeks deze jaren de eerste vestingwerken aangelegd. Deze bestonden uit eenvoudige werken van houten palen en aarden borstweringen.

Twintig jaar later verkeerden ze in slechte staat en omdat het herstel veel geld zou kosten, dreigde Hellevoetsluis zijn positie als marinehaven te verliezen aan Willemstad. In 1688 besefte Stadhouder Willem III echter tijdens de voorbereidingen van zijn Glorieuze Overtocht naar Engeland om de troon op te eisen dat de haven een buitengewoon gunstige ligging had. Hij vertrok vanuit Hellevoetsluis met 400 schepen richting Engeland om daar koning te worden. En hij bepaalde dat er flink geïnvesteerd moest worden en dat Hellevoetsluis een stelsel van moderne vestingwerken moest krijgen. Die metamorfose vond plaats tussen 1695 en 1710, waarbij de vesting de karakteristieke vorm kreeg die vandaag de dag nog is te herkennen.





Created by Kattya