MOONCHILD POETRY by Kattya

MOONCHILD POETRY by Kattya

Menu

LION          LEEUW.....Blik in de verte

LEEUW


Blik in de verte




Voltaire  “If God did not exist, it would be necessary to invent him” 







LEEUW   INHOUD



DEEL 1.           VUUR

DEEL 2.           WUIVENDE HALMEN

DEEL 3.           AARDE

DEEL 4.           ANJERS

DEEL 5.           ZWART FLUWEEL

DEEL 6.           STROHALM

DEEL 7.           DE OVERZIJDE

DEEL 8.           ZONNEGLOED

                       POSTSCRIPTUM

DEEL 9.           WATER





DEEL 1.            VUUR


Mijn ogen, mijn brein filmen. Alles, overal. Mijn geheime kamer openbaart ze de beelden. Ontvouwt, ontleedt de kraanvogels.

Vaak gloort er een weemoedige glimlach. Soms striemt het mijn kletsnatte bezwete lichaam. Het verhaal heb ik nooit verteld. Beeldflarden van de fluitende man, de transpirerende vermoeide vrouwenblik, dichtgeknepen kelen, doktoren, een achter gelaten blauwe vintage Adidasbroek, vervreemde figuren, een vrijgezelle verlegen boer met alleen zijn land daarop zijn tractor. De grimmige slager, de schijnheilige priester, dichters, de gelande vluchtelingen. Eenvoudige welwillende mensen, calculerende brute types, verdorven ellendelingen, voorspellende gewelfde vrouwenmonden, uiteenlopende aparte karakters.

Ze vormen de contouren van moedige, vrijgevochten, anderzijds benauwende angstige levens. Tijdens mijn leven richten jullie je ogen op mij. Dichtbij en toch onbereikbaar. Daarbij ontmaskerde ik jullie. Ik geef het toe. Vanaf mijn prille ontstaan keek ik heel bewust naar jullie. 

We reisden naar het eind van de nacht, de straat, de smaragdgroene heuvels, de schaduwbergen ver weg. Heel dichtbij de grintgaten. We renden dwars door sneeuwbesstruiken, korenvelden en mais doolhoven met de kleur van honing. We sloegen wild met bladertakken om ons heen. Samen vormden we steeds een andere melodie. We voelden elkaars warmte. Zagen elkaar. We ontwaakten. Wensten elkaar soms fijne dingen. Verwensten elkaar. Vochten ons vrij.

Ik ken de puntige keien, slingerende paden naar de ronkende snelwegen. De uitgesleten marmeren fluistertrappen bij de ingang van de kerk, waar een ontheemde tor mee naar binnen glipt, de onregelmatige tuin, geruzie van vogels die uitsluitend in de majestueuze perenboom willen nestelen. Speurende lampen van fel reflecterende villa's, flats, boten. De geur van aslades, doorrookte mannen, geparfumeerde sigaren, verse aardbeien, grint, hooi, week dampende aarde en gitzwart water. Het stoffige kippenhok. De geparfumeerde geur van pronkende perziken, appels, goudgele pruimen loom hangend over de muur van de serene nonnentuin aan het eind van een smeulende zomer. De middaglucht zwaar van teveel blauw en suikerroze camelia's. De textuur van gras en zand alsof ik er altijd was. Neem me mee naar de zon. Ik ben een kraanvogel. Toch verbrand ik niet als Icarus. Ik zoek vooral geluk.

De chaotische wereld houdt niet op. Het gaat erom dat ik reis als passant. De oversteek maak te voet. Ik sluit mijn ogen en ben 5, omringd door fluisterende wondermensen.  De bloeiende kersenboom voor het raam wacht. Ik knipper en plots ben ik 13, 21. De kersenboom met op de achtergrond de loodblauwe lucht bloeit dit jaar zonder jou. 

Ik bezoek de oude plekken. Hoor de eiken planken krakend converseren. We waren dwaas. Zwommen naakt. Aten kerstkransen uit nep kerstbomen. Snoepten mierzoete progrestaart in de spaarzaam verlichte klamme kelder. Bewogen als Romeinse figuranten in steeds andere settingen. Dansten bezield, kusten tot de ochtend krankzinnig overging in helder gekleurd lawaai van de stad, ons leefnet. Ze betekenden iets. We vatten vlam. Likkende kaarsen op zoek naar torenhoge vreugdevuren.


Come on baby light my fire

Light my fire - The Doors


MARMER

Zijn gitzwarte ogen staan strak gericht op zware brokken gemarmerd steen. Met touwen maakt hij ze vast. Minutieus controleert hij of alles houdt. 

Bomen spreiden hun immense armen  zo breed mogelijk uit.  Breder dan ooit te voren. Goede heksen die het kwaad ternauwernood trachten te bezweren. Hun macht reikt niet ver genoeg om de alles verterende ring van vuur te keren. Inktzwart reiken hun ontbladerde takken wanhopig naar de hemel. Een doodskreet verstoort de stilte in deze broeierige nacht. 


Verwijde pupillen reflecteren zwart geblakerde resten van de eens dromerige kapel. Eerder bij daglicht een vriendelijk ogende verzameling ydillische gebouwen genadeloos samengeperst tot een versteende amulet door de verschroeiende wind en de verzengende hitte.

Een maniakale lach uit een helse opera echood na in de nacht. De uitdijende schaduw omkranst het brein dat plots fluoriserend oplicht als een misleidend baken. 


The time to hesitate is through

No time to wallow in the mire

Try now we can only lose and our love

can become a funeral pyre light my fire

Come on baby light my fire

Try to set the night on fire

Light my fire - The Doors


Norbert schrikt proestend wakker uit zijn apnoe. Wurmt zich met moeite uit het doorgezadelde bed in de nis en schuift het vale inbetween gordijn opzij. De luikende ochtend ontvouwt zich traag ondanks zijn onrust. Het dampende lijf van de gezette koster ijsbeert onafgebroken door de kamer. Zuchtend veegt hij zweetdruppels van zijn kalende voorhoofd en glanzende kin. 

De gedateerde wekker met indrukwekkende metalen alarmbel en gevaarlijk puntige wijzers laat er geen twijfel over bestaan.  Kwart over 5. Te vroeg. Hij schraapt zijn keel en neemt een slok water. Een mens heeft zijn nachtrust bitter hard nodig zucht hij, terwijl hij ongedurig zijn jeukende inmiddels felrode liesstreek krabt. Minuten later bewijst zijn puffende ademhaling dat hij zijn onregelmatige slaap hervat. Ondanks de bedwantsen in de benauwde bedstee zinkt hij weg in een diepe roes. Hij droomt van rodeo. Ontklede vrouwen met toortsen op wild briesende paarden die hem opwachten en na een achtervolging in een diep ravijn storten. Onophoudelijk cirkelen roetbruine woestijnbuizerds in de loodblauwe lucht. Ze vloeren hem in een stootduik met hun felgele klauwen. 


Terwijl hij zich een weg baant door dicht struikgewas snuift Jonas de humusrijke lucht op. De grond veert  licht mee. Nu en dan kraakt kreupelhout onder zijn verende zware zwarte werklaarzen met dikke spekzolen.  Gehurkt wacht hij muisstil tussen twee boomreuzen. Zijn blik is hongerig en fel.

Op de keiharde kersenhouten bank staart de pezige man nietsziend naar het plafond. Uit zijn groezelig geruit shirt puilt donker krullend borsthaar. Hij voelt de kilte in zijn botten. Meewarig kijkt het hoog opgetorste serene Mariabeeld gehuld in een prachtig goudbestikt gewaad hem aan. Haar serene onbedorven glimlach betovert hem en verdooft de kou. Ze ademt puurheid. De rijen gekerfde banken zwijgen boven de gedeeltelijk afgesleten marmeren tegels. Even glanzen ze diepzwart, waar hij zojuist minachtend spuugde. Het is er koel dat stelt zijn doorgaans vermoeide, maar nu alerte lichaam en geest in staat buiten hemzelf te treden. De barokke fragmenten ondergaan zijn uitdrukkingsloze blik. Spieren en aderen spannen zich. Jonas ademt steeds dieper in. Een naar lucht happende karper. Dit wordt zijn nacht!

Here comes  the story of the HURRICANE

- Bob Dylan


Ze schrikt, wanneer een schaduw opdoemt naast haar. Een grote klemhand sluit zich hermetisch om haar mond. Longblaasjes protesteren. Smeken in de abrupte leegte zonder enig geluid dwingt haar in een donkere put. Haar keel gloeit als een fakkel. Kokend pek splijt haar lichaam.  Ruw touw snijdt diep door zacht vlees. Verlamt alles daaronder.

Ze is een sterveling in dit ijzig bos gedicteerd door dierlijke ijzeren kracht. Hij duwt haar machteloos achterover. 

I heard it through the grapevine

 - Marvin Gaye

Haar angstig verwijde pupillen ontwaren slechts een smalle streep licht door de schurende blinddoek. Bruut drukt hij haar tegenstribbelende armen ver naar achteren. Nietsontziend plakt hij haar fijn gevormde mond af. Ruw schrapen zijn handen haar onschuld, haar pure naaktheid. Touw snijdt steeds dieper in zachte dijen. 

Zijn taai gespierde lichaam glijdt als een wurgslang over haar heen. Wild bijt hij haar borsten. De saharaschorpioen beukt, spiest genadeloos. Likt, schuurt, zucht, steunt. De weeëige geur van oud zweet. Pijnscheuten. Zijn angel vierendeelt huid, buik, venusstreek. 

Gehijg gaat over in lange uithalen. Heel even blijft het daarna doodstil. Hij trekt haar naar voren. Gevoelloos bungelen haar lange benen krampachtig over de ruw houten rand. Hij duwt ze uit elkaar. Gulzig penetreert zijn woeste tong ongedurig haar lichaam. Een witte haai die haar moeiteloos omver werpt, voordat hij de dodelijke beet toebrengt. Haar keel spant zich maximaal. Klankkleuren verwaaien. De pauw gaat hoog op stok. Warmte verandert in kilte. De sterren op het van Goghdoek verbleken een voor een. Spierwit stof zwijgt in de sponzige lucht. 

Ik zie het vuur van hoop en twijfel in 

je ogen en ik ken je diepste angst want

je kunt niet zeker weten en alles gaat

voorbij maar ik geloof. Ik geloof.  Ik

geloof. Ik geloof. Ik geloof in jou en mij

De avond - Boudewijn de Groot


Waar het kruipende ijs het land heeft opgeduwd lispelen tanige bomen. Immens bebladerde armen beschermen met hun schaduw het landelijk dal met de altijd mijmerende beek.

Het is vandaag vroeger licht dan anders. Afgelopen nacht teisterden kort hevige windvlagen en hagelbuien de natuur na een zinderende zomerdag. De afgewaaide takken knarsen onder zijn "Nike extreme running shoes".

Alex loopt soepel zijn gebruikelijke trainingsrondje langs de witte sputterende watermolen. Samen geklitte diepbruine schapen kijken loom op. Verderop langs de kabbelende beek neemt hij de bocht bij het kerkhof. Knotwilgen schieten allengs sneller voorbij wanneer hij het tempo opvoert.

Vandaag voelt hij zich fit. Fantastisch in vorm. Alle inspanning is niet voor niets geweest. Het voelt euforisch. Voldaan kijkt hij over de velden die hij eerst van onderen ziet en nu plots hoger gekomen vanuit een ander perspectief. Nu zou hij richting de voetbalvelden lopen eerst langs de bijna in het zonlicht poserende donkerbruine paarden. De dampende gitzwarte manen. De manege vol hooi. Alex ruikt ze zelfs van deze afstand. Vanochtend ga ik voluit, besluit hij in een opwelling, terwijl hij het smalle bochtige klimmend dan weer dalend pad vervolgt tijdens zijn spurt. Uiteindelijk kom ik toch wel waar ik wil zijn.

Roodgele verfstreken verlichten het dal. De chinese lantaarn dooft uiteindelijk. Het bewegingloze mannengezicht zwijgt tussen het dichte struikgewas. Een vogel klappert ongedurig tijdens zijn laatste uitkijk vanuit zijn nest. Het wordt snel nacht.

De schaduw van een jonge vrouw. Haar lichte tred verraadt haar. Leeuw weet dat het laat is. Ze is toe aan even haar hoofd leegmaken na de abrupte scheiding. Met alleen een koffer met wat kleren en enkele nonchalant volgepropte plastic tassen, haar aktentas met tablet heeft ze alles achter zich gelaten. Sinds kort woont ze weer op zichzelf. Het voelt goed. Eerst onwennig. Inmiddels zijn er heel wat stappen gezet.

Uit de zompige bodem stijgt zwoele boslucht op die haar verwarmt. Haar vingers hebben een dieppaarse kleur. Net als de handvol bramen die ze zojuist plukte. In de verte klinkt geblaf. Verderop klinkt het monotone geluid van de Napoleonsweg, die net als waar zij nu loopt naar België leidt. Op de haarspeldbochtroute, waar menig kruis in de berm staat met dorre bloemen voor de onfortuinlijken, bevinden zich aan weerszijden de opvallend verlaten helderwit geverfde grensposten. Daar wordt allang niemand meer aan gehouden. Laat staan gecontroleerd. Via geelgoud bezaaide boterbloem glooiïngen slentert ze omhoog terug naar de zwijgende rups in haar glimmend witte cocon. Het sluimerende dorp. Pijlsnel verplaatst een langwerpig hazenlijf, lange oren, kangoeroepoten zich uit de hitte naar zijn koele leger. In de verte de contouren van de misplaatste vernieuwde kerktoren, die kortstondig als een Caran d'Achepotlood de hemel framboos kleurt. Een schril contrast met de monumentale kerkmuren, die door de urenlang geabsorbeerde warmte een lichtzure geur afgeven. Haar slank gesneden turkoois jurkje danst. Volgt haar bij elke stap. Zo nu en dan ontwijkt ze een venijnig prikkende kei. Gletsjerpuin uit de laatste ijstijd 160.000 jaar geleden maakt je bewust dat alles relatief is. Dat zaken zomaar kunnen samenvallen of onverwacht bruut uiteen rijten.

Bij het met bereklauw omzoomde smaller wordende laantje komt ze via een flauwe bocht bij de picknicktafel, die je vaak op campings ziet. Bewegingloos geklonken aan het verweerde bankje staart ze verwonderd naar de intense oker toverbal die stilletjes onder gaat. Herinneringen wolken vaag.  Het moment dat ze voor het eerst echt samen wilde paddestoelen risotto met zalm aten met ijskoude cava. De brain freeze die volgde samen met de streling van zijn handen en stem lieten haar bloed kolken. Haar smaragdgroene ogen fonkelen. 

Buiten in het knerpende grint ligt het aangevreten skelet van een vogellijkje tegen een bemoste steen. De opruimmaden zijn inmiddels uitgevlogen.

Zijn ruwe drie dagen stoppelbaard raakt het onregelmatige glas in lood terwijl hij verderop de donkere nis gadeslaat. Omzoomd met een dubbele rij wimpers reflecteren helse pupillen door het kleine vierkante tralieraam. 

Net nog zat hij op zijn grommende zo nu en dan rammelende tractor. De zoekende koplampen accentueren de glooiende voren van zijn akker.  Een steeds repeterend doolhof waar hij uiterst geoefend, zelfs zonder het onbehaaglijk felle licht, de weg kent.

Stoere mannenlaarzen met stalen neuzen vol klonten klei drukken zwaar op de symmetrische grijszwarte klinkertjes van het kapelletje.  Het zwart leien dak ligt vredig verborgen onder een groene oase. Warm lokkende muren, waartegen hij met zijn knokige knieën steunt, raken heilige grond.  Ze leiden hem zacht dwingend naar het sacrale altaar. Versierd met ranke vazen vol verse bloemen. Vergezeld met hoge zware kandelaars die hoog reikende kaarsen torsen met intrigerende reliëf afbeeldingen. Zijn ogen prikken. Met de punt van zijn boerenruiten overhemd veegt hij het snot van zijn neus. 

Het huisje van Nazareth baadt bijna net zo in de zinderende zon in het zonnige Italiaanse Loreto. Daar is hij nog nooit geweest. Dat weet hij 100% zeker. Nooit ging hij weg. Weg van zijn vertrouwde trekker, de roep van zijn zware ijzeren ploeg.

Hij hoort hier. Op deze levensechte intieme plek. Niemand die hem zo begrijpt als deze unieke vrouw. Die hem, Jonas niet veroordeelt om zijn slappe houding, zijn stuursheid en verlegenheid, waardoor hij steeds vaker geplaagd wordt door neerslachtigheid.  Het vreet zich allengs als een nimmer aflatende waterval naar binnen. Als Orpheus verzinkt hij in de onderwereld. Zoekend naar zijn geliefde Eurydice terwijl hij zijn lier bespeelt.


Hello darkness, my old friend

I've come to talk with you again because a vision softly creeping left its seeds while I was sleeping and the vision that was planted in my brain still remains within the sound of silence

The sound of silence -Simon and Garfunkel


Bij de ingang in de zijbeuk waar een verdwaalde diep ronkende egel wakker schrikt en zich egeliaans uit de voeten maakt, vullen zijn stoffig behaarde neusgaten zich met bedwelmende geuren van eeuwig brandende offerkaarsen. Hij snuift diep en steekt met zijn vierkante knuist met donkere nagelranden met moeite de lont van de kaars aan met de brandende ernaast. De hete lucht stijgt op en tergt zijn bruin bezwete voorhoofd en toch al slappe slierten vet haar.

Zoals buiten de lucht asgrauw kleurt met zomaar fel oplichtende oerossen, elkaar achtervolgende hanenkammen, afgewisseld met inktvis die fataal eindigen in de opengesperde bek van reuzenkrokodillen. Zo verlicht de kaarsengloed spookachtig zijn getaande rood dooraderd gezicht.

Alle vrouwen - allen bespottelijke gekmakende hoeren - zijn stuk voor stuk verdoemd. Hij vervloekt ze. Onafwendbaar blijkt zij zijn enige waarachtige vrouw.  Er is geen leeftijdsgrens. Geen tegenwerping. Geen blokkade. Eerst prevelt hij het AVE MARIA. Neuriënd danst elk woord, elke zin als opwaaiende bloesem in de lente. Eindelijk durft hij het minnespel aan. Alle rauwheid en angst filtert weg. Als verliefd

VERDOEMENIS


Diep brandt zijn verdriet. Nooit een zoon. Nooit een schaterlach van een nieuwsgierig meisje. Nooit is zo definitief. Nooit de hevige innigheid met een bijzondere vrouw die hem nooit zal aanbidden. Waarvoor hij nog harder zou werken. Een begeerlijke vrouw met de prachtigste borsten die hij onophoudelijk zou beminnen. En zij hem! Om zijn volharding.

Het dikke leren opengeslagen boek met intenties landt zo hard op de grond dat zijn oren suizen. Hier knielt het voetvolk slaafs vervuld van eerbied. Hij niet! Hij bepaalt en doet met haar wat hij wil. In de eeuwenoude ontvangstruimte met krullend stuc komen de figuren uit flamboyante plafondschilderingen tot leven. Zij gaan zijn pijn verdrijven.

Fiere processiekaarsen, wachters voor dag en nacht. Hij wil ze wegrukken, kapot slaan. De hem aangapende beelden die als stille getuigen in puntige nissen staan. Vooral laten merken dat hij er toe doet. Vol opkropte minachting spuugt hij op de grond.


Ik zie het vuur van hoop en twijfel in je  ogen en ik ken je diepste angst.

De avond - Boudewijn de  Groot

DEEL 2. WUIVENDE HALMEN

Wie wijst de weg vol moed? Vol metronomen en tromgeroffel?

STOP - PAY- TOLL Italië. Oneindige avondladingen metropolis.

Mensen verdringen elkaar. Razen voort. Voort met monotone bewegingen. Doorkruisen tijdzones in alle richtingen. De wereld één continue ruimte.

Als aquaducten trechteren de talloze dromen, die jij nooit zag. De beelden van hete zomers, het blauwste blauw in de Sixtijnse kapel, Biarritz, tombes, dansende paarden, ijzig Andorra, duizelingwekkende afgronden, rotondes, kastelen, lochs, trappen naar restaurants, theaters, de ontelbare gangen die een doolhof vormden op het cruiseschip, het uitdagende Moulin Rouge, vergezichten vanaf de Sacré Coeur, rouwende altaren in Oslo, onze voeten koelend en spetterend in oud Romaanse waterbekkens, eeuwenoude kerkmuren, abdissen, oude en jonge mensen onder knipperend discolicht.

De beelden zijn vervaagd. Ik zie ze niet meer helder. Waar sta ik als de herfst komt. De laatste zomer komt.

Telkens de knoestige waan de tijd te kunnen stoppen. Glimlachen en glimlachen zien besterven. Tranen zien bevriezen. Schoonheid zien en zien verwelken. 

Toch komt de lente. Je ziet mijn ogen niet. Ze glimmen van emotie.  Glommen ze toen je aan ons dacht. Een laatste reflectie.

Ik schrijf met iedereen in de hoofdrol
hemel en hel. De spiegels van marmeren dromen. Alles of niets

Kalm als een meer, borrelend als de Etna stelen jullie telkens mijn blik. 


Een jaar of 11

schat ik haar

Blond oranje

bruine manen


Lichte tintelingen in hoog

mals vochtig gras

Een zacht fluitende

vogel die de eerste

zonnestraal verwelkomt


De rest volgt en laat

als één orkest

de zon opkomen


And I howled and I cried when the melody died the song was finally over there was nothing to say words stole away

Their meaning lost in the ether what there was left stopped making sense

A broken up alphabet language dispersed

I just can’t hear the beautiful anymore  - Fish


WAT VOORAF GING

Ze bekijkt de steel van de paardebloem tussen ritselend gras. Zilveren dwarrelende pluimpjes dalen en stijgen telkens besluiteloos op. Vlechtend trekt ze scheidingen in het taaie gras.

Toe fluit nog even!? Het einde van de gezapige vijftiger jaren nadert. Tijd voor verandering. Liefdeslessen! De Roaring Sixties!  De deur naar veel belovende jaren, gaat eerst op een kier, vervolgens wijd open.


Ex-fan des sixties petite Baby Dolle comme tu dansais bien le Rock 'n 'Roll

Ex-fan des sixties où sont tes années folles Que sont devenues toutes tes idoles 

Où est l'ombre des Shadows, des Byrds, des Doors, des Animals, des Moody Blues?

Séparés Mac Cartney, George Harrison

et Ringo Starr et John Lennon

Ex-fan des sixties petite Baby Doll comme tu dansais bien le Rock 'n 'Roll

Ex-fan des sixties où sont tes années folles que sont devenues toutes tes idoles?

Disparus Brian Jones, Jim Morrison, Eddie Cochrane, Buddy Holly Idem Jimi Hendrix, Otis Redding Janis Joplin, T.Rex, Elvis

Jane Birkin - Ex-Fan Des Sixties


ZAAL HOUSEMANS

Op de kleverige dansvloer krioelt bloedheet verlangen. De muzikanten met vetkuiven, glimmende pakken, gillende gitaren zwepen de passie op. Opgeschoten jongeren hullen zich in kringelende sigarettenrook. 

Overmoedig drinken ze om zo elkaar te overtroeven en indruk te maken op de uitverkoren meiden gehuld in jivejurken. Weelderige bloementuinen die swingen op de verrassende tonen van de hippe indi-rockband. 

Boven de vibrerende haast dampende aarde vindt in het luchtledige de eerste verbazing wekkende ruimtewandeling van Alexei Leonov plaats.

Welkom in de onbezonnen, zojuist ontgonnen Sixties. Wild bruisend met copy cats van Twiggy.  Provo's, langharige nozems. Love and Peace. Hippies op Woodstock. Hair. Creedence Clearwater Revival. Neil Sedaka. Peter Koelewijn. De koude oorlog. De moord op John. F. Kennedy , Martin Luther King. Malcolm X, Joan Baez en Bob Dylan protesteren. Als tegenhanger  De eerste man op de maan. Pop Art. De minirok. LSD. De Beatles. De Volkswagen Kever. Kreidlers. Puch. Zeezenders Radio Veronica. The Doors. Jan Cremer. Jan Janssen wint De Tour. De Rolling Stones schreeuwen het uit: " I CAN'T GET NO SATISFACTION!!


BRUIDSTAART

Glimmende schoenen verraden zijn doel. Het poortje sluit piepend achter hem. Hij nadert de deur.

Twee maanden eerder sluit Oost Duitsland West Berlijn af en start met de bouw van de Berlijnse muur. Niemand kan meer vluchten. Alleen vogels kunnen kiezen. Ze vliegen verder dan alleen van Oost naar West.

Plechtig gaat de bel. Verwonderd knippert hij, wanneer een sensuele lichtstraal haar bruidsjurk oplicht. Teder voelt zijn kus op haar blos en gouden sproeten. Zij kust zacht uitnodigende lippen in zijn mysterieus bruin gelaat. Glanzend donker haar raakt speels haar wang. Klokken luiden. We schrijven 1961. Het jaar van de ontdekking van het tot dan toe onzichtbare quarkdeeltje.

Na de plots opdoemende ziekte waarna hij eindeloos geheimhoudings formulieren tekent siert het luchtmacht uniform zijn soepele lichaam. Een man. Zijn verlengde vaderlandsplicht zit er op. Afscheid van basis Volkel en onzichtbare straling. 

Enkele maanden later schrijdt de wit zwarte stoet plechtig richting de Abdijkerk. Gehuld in wuivend ivoorkleurig taft de blanke bruid met sproeten.

De adonis aan haar zijde matcht smaakvol in zwart strak gesneden pak. De flinterdun gestrikte glimmend grijze das wijst de weg naar een glanzende toekomst. Het blauwborstje zingt de lucht aquamarijn. Het laatste felle blauw van oktober.


Een mooie morgen . Kwart over 10

Hij in het grijs en zij in een wolk van tule

Zovele vrienden kwamen hen zien

Zij kregen alles van fonduestel tot pendule

Er werden tranen weggeveegd op het moment dat het ja-woord werd gefluisterd

De dag was mooi voor een nieuwe sprong in het duister

De sprong in het duister - Peter Koelewijn


*

De zomerbaby huilt. Zwart eskimohaar omringt het luid aanzwellend geluid. Winter 1961. De koudste sinds mensenheugnis. Die zomer wordt speciaal. Het zaad op de zonovergoten velden kiemt tot mooie zware rijpe wuivende halmen als nooit tevoren. Leeuwtje is haar eerste. Een echt leeuwenkopje dat zich zonder noemenswaardige problemen presenteert.


Die hete middag in augustus valt ze bijna flauw van de hevige pijnscheuten in haar onderbuik tijdens het ramen lappen. Eerst verdenkt ze de gebakken makreel naast de schorseneren met gebakken aardappelschijfjes de avond tevoren. De houten zitting, glad van de vele dagelijkse bezoeken met het diepronde zwarte gat pal in het midden biedt uitkomst. Dat denkt ze gelukkig maar heel even. Bijna is haar kind in vliegensvlugge vaart in de gierkelder beland. Totdat ze plots helder van geest denkt nu ga ik mijn kind baren. 


Heilige Maria moeder van God. Haar schietgebedje helpt. Ze heeft nu haar kind. Ze neemt huilend leeuwtje aan haar borst en dankt Maria. Helpt zij haar niet telkens? Deze stille maagdelijke vrouw die haar als een engel voorkomt. Alles is plots anders. Ze buigt zich dankbaar over het guitige hoopje. Ze ruikt naar viooltjes. Gulzig getuite lipjes en dikke klemhandjes graaien naar haar volle borsten die haar geheim verbergen. 

Aan de overzijde van de oceaan bidt Amerika voor de hoogblonde sexbom Norma Jean Baker. Voluptueuze Marilyn met bloedrode lippen, die niet alléén zwoel voor de president zingt, eindigt tragisch als La Monroe. Het is 5 augustus 1962. Leeuwtje schatert. Ze is een dag oud. 

Een scheidslijn en tegelijkertijd een sterke magneet boven de beschermende en helende warmte van een elektrische onderdeken. Het miniscuul zaadje dat ontkiemde en geoogst werd met zwarte leeuwenmanen in de weelderige blauwe augustusmaand. Ik heb hoge koorts maar de intuïtie groeit en de koorts neemt af. Mijn bloed fluistert hun namen. Ik voel hun polen. Alles stroomt van de pluspool naar de minpool. Ik lig ongemakkelijk in het midden tussen hun liefde in en vorm de schelpenketting die hun verbindt.


Seizoenen komen en gaan. Na 2 jaar volgt een lekker vol kind met heerlijke kussentjes. Een prachtig tweede meisje. Binnen 17 maanden ligt het lang verwachte smalle jongetje met hoge ijle kreetjes, de latere witkees in de wieg.  Later moe en vaak ziek met bleek gelaat. Dunne armpjes met daarnaast een speelgoedje.

Picasso creaties met poep en lippenstift boven het kinderbedje maken indruk. Het pak behanglijm en de nieuwe rollen behang met vallende rozenblaadjes liggen klaar op de regionale krant. De krant bericht met een duizelingwekkende foto dat het drieduizend ruiters tellende terracotta leger uit de Han dynastie 154-112 BC is ontdekt en opgegraven. 


*

IJskoude kille alles bevriezende winters domineren, alsof een nieuwe ijstijd zich aandient.

Het is 1965 als de Culturele revolutie gestalte krijgt. Mao Zedong grift zijn vuur als steen in zijn rode boekje. 

De antieke sledestoel wordt hals over kop van zolder gehaald en imponeert op zijn oude dag. Imponerend zijn minstens ook de hoog opgetorste sneeuwmassa's. Zacht sponzig wit fluweel met gaten als badbubbels. Een bad is er alleen nog niet in de eenvoud van die retrotijd.


Houtstokende kachels met zware loeihete deksels waar achter het gretig alles verterende vuur loeit en de asla telkens vult. Oma staat licht gebogen in trance klaar om zijn gretigheid te stillen.


Opa rookt pijp. Met dicht geknepen ogen van genot roert hij met een vork het rauwe ei in zijn op turkse wijze gezette naar niets smakende koffie. De hammen van eerder volgepropte varkens hangen als trofeeën schuin in een speciale hoge nis uitdagend als de dikke dijen van een vrouw klaar om verorberd te worden met een goed glas jenever of verwarmde gouden cognac. Daaraan moeten de verzameling witgrijze gerimpelde mannen zich ongelimiteerd steeds weer overgeven.

De mannen stoppen eensgezind bruine tabakssnippers in hun uitnodigende pijpen en blazen bedachtzaam kringelende rook naar elkaar die samengaat in een dampwolk. De hardheid van het bestaan even vergeten en die letterlijk weken in smeuïge verhalen. Opa getaand met witte stoppelbaard Handen als kolenschoppen met nagels. Zwart van het in de aarde wroeten

Diezelfde forse taaie man die elke avond loom achterover leunt in de enige oorfauteuil die hem letterlijk omklemt is  even branieachtig en jeugdig.

Wanneer hij op zondag naar de kerk gaat en de klinkers in de steeg goudkleurig fonkelen na een regenbui door de oplichtende lantaarns, focussen mijn ogen zich op zijn linkerschouder die er niet meer is. Letterlijk verteerd door Intensieve arbeid. Een modderstroom die de linkeroever nietsontziend afkalfde. Ik help hem in zijn jas met aan een kant een levensgrote schoudervulling. Mooi is hij dan en recht. Kaarsrecht. Getooid met hoed en wandelstok schrijdt hij plechtstatig naar de kerk, willekeurig kinderkopjes tikkend.


De klokken luiden. Hij doet er drie minuten over de bocht om naar rechts. Hij buigt mee met de hoge muur van de begraafplaats vol grafstenen met verwelkte bloemen, obscure zwartwit foto's die soms gelijkenis vertonen en voortdurend achter dik glas de ruimte inturen. Daaronder grafschriften van vergane mensen. Vooraan is een graf  geruimd. Dat ziet hij pas wanneer de muur met verderop de smeedijzeren poort een bocht maakt naar links en hij de helling oploopt richting het kerkgebouw met meters hoger gelegen prachtig gekerfde deuren. Het lijkt zijn rijzige gestalte op te slokken en nooit meer uit te spugen.

*

Vanaf mijn logeeradres verlaten we het slaperige dorp via het geasfalteerd weggetje dat andere dorpen verbindt als een telefoonsnoer in een soort spagaat. De hypermoderne kerktoren luidt met vertraging het nieuwe uur. Al snel staan we verderop stil in de hoge berm bezaaid met uitwaaierende ronde skeletten van paardebloemen, brandnetels, vroege distels en wat pinksterbloemen. Bijen fourageren. Doorzichtige muggen dansen met ons mee. Onophoudelijk vormen ze dezelfde cirkels. Net opstuivend zand dat onzichtbaar bij elkaar wordt gehouden. Bij het hek dat de groene weide barstensvol zich ijverig vermenigvuldigende madeliefjes begrenst en dat haastig vastgebonden lijkt met slierten verkleurd touw, prijkt een bos lentegele narcissen. Mijn jongste tante Chris tilt me op en houdt me stevig vast. Dicht tegen haar ranke lichaam opgekruld resoneert zacht haar melodieuze klankkast. Ik voel haar liefde stromen. Een warme tsunami die via haar hoofd, haar glanzende lange onaardse lokken die ze regelmatig met een strijkijzer tevergeefs glad probeert te stylen, rechtstreeks neerdaalt in mijn leeuwenhart. Ik volg haar blij verraste blik en wijzende vinger. De grazende en kleinere, vlak voor ons op en neer huppelende wollige lammetjes in het frisse groen biologeren me mateloos. Zo wollig en donzig lijken ze op de veel kleinere jongen van de boerenzwaluwen met dons op de plek waar straks vliegensvlug de pijlstaartvleugels uitstulpen. Na enige tijd sluiten mijn lome peuterogen zich. Ik droom van dartele wollige figuurtjes. Net zo zacht en lief als mijn gevoelige tante. 


De zonovergoten avontuurlijke vakantie bij mijn grootouders van mijn vaders kant duurt slechts één volle week. Mijn moeder huilt, treurt, lacht en kijkt verbaasd. Alle emoties tegelijk, terwijl ze me prijst. Wat ben je gegroeid. Ik weet me even geen raad.


How many times can a man turn his head. The answer my friend is blowing in the wind. - Bob Dylan


Het varken gilt. De krijsende echo bovenop de ladder vermengt zich met warm dik felrood bloed dat in de kuip stroomt.

De enorme dampend hete ketel schuimt. Ingewanden, bloed en het vlees worden verwerkt tot wagonladingen worsten, balkenbrij, zult en spek. De vernietigende ranzige brandgeur van oplichtende haren op huid. Flitsen van bascules, zakken uitpuilend met aardappelen met vervagend opschrift. Loodzware koperen gewichten met oren gemaakt om te tillen.

Onderbroken door het stuur zie ik het  fietswiel tollen. Zwart rond draaiende cirkels die vervagen en willen opstijgen. De naar ons toewaaiende weidewind wuift door mijn blonde haren. Vanuit het kinderzitje heb ik een prachtig uitzicht. Mijn moeders lichaam beschermt en verwarmt me. Haar handen aan weerszijden geven de richting aan. Dit keer een kort tochtje. Hoog boven me weerkaatsen zonnestralen. Op de brede dakrand trippelen koerende duiven druk heen en weer. We stoppen op de enorme binnenplaats. In een hoek rechts van De Groote Hegge bevindt zich een grote hoge ren met daarin sneeuwwitte bollen blaffende wol. Identieke keeshondjes met roze tongetjes. Guitige amandeloogjes met inktzwarte kern en krijtwitte staarten die me vrolijk toewuiven. Ze springen voortdurend op. Wie het hoogst springt wint het opwindende kloonspel.

Van de stoer verweerde betonnen brede hoge trappen daalt een vriendelijk ogende vrouw af. Ze opent breed lachend de ren.

Boven de ritmisch heen en weer schuddende rieten boodschappenmand verkent Rexi eigenwijs de nieuwe wereld. Zijn kraakwitte nog pluizige oortjes staan nieuwsgierig gespitst. Ik kijk net zo benieuwd samen met hem, naar wat gaat komen en trappel van ongeduld. Ik kan haast niet wachten tot we thuis zijn.

*

Feed your head Feed your head - Jefferson Airplane -  White Rabbit


Leeuwtje leest het boek aandachtig. Blad na blad graveren de woorden haar knisperende en knetterende hersens. Rijk worden doe je door te lezen. Rijke gedachten te mooi om waar te zijn. 's Nachts schudt de twijfelaar. De afdruk van haar gezicht ontploft in haar kussen als de leegte in haar hoofd. Haar lange haren striemen.

Lente


Pal door het grote raam met daarnaast in de hoek een sansevieria op een hoge houten plantenstandaard, verlicht de winterzon het grote ultra zachte bed en weeft patronen op de bruine fles hoestsiroop met daarnaast het restant appelsap in de doorschijnende fles. In die speciale lichtval zonnebaden mijn zus en ik. De griep vergeten we zo in de zinderende strandark van oma.

Sinaasappels. De smaak van eerst je tanden door het zachte vlies. Dan glijdt sap pittig zuurzoet over mijn tong rechtstreeks mijn keel in. Dankbaar wachtend op een volgende sapexplosie.

 

Felgeel bewegende bolletjes met iets van vliesjes. Vliesjes die wiebelend op en neer stappen en snaveltjes die luid kwetteren. Ik kan mijn geluk niet op. Het is Pasen met alleen maar geel donzige kuikentjes.


Zomer

Langs de weg richting Wessem wandelt een opa met zijn kleindochter. Haar kleine zachtbruine handje vol vertrouwen in de diepe groeven van de zijne. De bonkige oude man stopt ter hoogte van de hoge kleiberg die alsmaar groeit in plaats van afneemt, die we ongezien beklimmen. Die ons van plakkerig materiaal voorziet, waarvan we kleipoppetjes maken. Die de steenfabriek laat roken. Soepel zoeft de zeis door de berm. Vers gemaaid gras vermengd met kruiden en brandnetels verdwijnt in de juten zak. Een Turkse tortel pikt een graantje mee. Een ekster en even later nog twee zigzaggen competitief heen en weer. De lucht boven de donkere gevaartes is gesloten als een blauw ondoordringbaar laken.

Het meisje kijkt toe op gepaste afstand. Opa neemt beschermend  haar handje in zijn handen. Hij praat op kinderlijke toon. De wind verwaait hele zinnen. Konijnenvoer bereikt mijn trommelvlies. Hij veegt behoedzaam haar pony uit haar ogen en buigt zich steeds over haar heen als ze iets vraagt met haar hoge stemmetje. Haar stoere beentjes stappen. Haar blonde paardenstaart en de gonzende lichtgevende hommel wijzen richting huis. 

*

Vakantie

Zorgvuldig opeen gestapelde rafelige veilingkratten vol stuk gelezen boeken. Hier en daar een beeldje. Een klein laag raam met als je bukt uitzicht op straat en de geordende tuin met keurig hekje van de overdreven nette buren aan de overkant. Ik ben met vakantie en neem de nieuwe omgeving gretig in me op. Beneden alleen maar cactussen in alle maten elkaar verdringend met messcherpe speervormige naalden.

Onder het schuine dak staat een afgehaald bed. De bijbehorende smetteloos geschrobde matras reflecteert pontificaal de zon in de tuin. Met een blos van schaamte voel ik vooral treurnis, die dramatische mensen elkaar nou eenmaal schijnen te moeten aanpraten. 

In het holst van afgelopen nacht heb ik stilletjes naast mijn oudste tante in het grote ledikant geplast. Ik plas nooit in bed. 

Heel even was ik de controle kwijt. Niet iets waar je van tevoren over nadenkt. Nu wist echter de hele buurt ervan.

De donkere langzaam opdrogende vlekken, die onbedoeld kringen nalaten, spreken boekdelen. Echt het is de nieuwe omgeving. De even angst die me daar bevangt. Het niet durven of zo.


Yesterday and days before

Sun is cold and rain is hard

I know It can't stop I wonder

Have you ever seen the rain - Creedence Clearwater Revival

 

Maar alles heeft zijn ordening. De stekelige cactussen, waarvan sommige als versteende egels in de vensterbank prijken sommige fallisch op het punt te bloeien. De zorgvuldig aangeharkte tuin met gelijktijdig saluerende fel oranje afrikaantjes. 

Ik voel me echt anders dan de voornamelijk stijve en dramatisch dichtgeknepen monden. Menselijker. Zo jong als ik ben neem ik me voor dat ik lak heb aan strak, behalve in de kunst dan. Punt uitroepteken.


And although my eyes were open

they might just as well have been closed

A whiter shade of pale - Procoll Harum

*

Zware melkbussen gevuld met water en een gemeen goedje. Aardbeien als dieprode parels in een groene oester. Daarnaast oerhollandse groentes in rijen. Geordend als soldaten op appèl. Rijen ongeduldige worteltjes, wulpse kropsla, felrode tomaten. Springende spruitjes en ploppende erwten. Diverse koolsoorten. Hier en daar grijze vraatzuchtige rupsen. Blad na blad vermengen kleuren en geuren in de moestuin zich als het bonte pallet in the Artist's garden van Monet. Verrassend gulle gladiolen, dahlia's, guldenroede, phloxen gedeeltelijk overschaduwd door goudsbloemen verheffen zich voortdurend flirtend met de zon.

Bij elk krieken van de dag is er een explosie van dagvogels. Fel strijden ze om territorium wijfjes en voedsel. De gouden leeuwentronie brandt daarna de velden. Licht ze op. 's Avonds volgt als afscheid haar vette knipoog, waarna ze zich koortsig terugtrekt. Naarmate de dagen vorderen strekt ze zich languit.  Loom en majestueus. Haar doorschijnende blik en hete adem vermoeit het bont geurende pallet aan zaaddragende vruchten en bloemen. Hun blad raakt doorschijnend  en verdort tenslotte.  Daarmee verdwijnt hun verblindende kleurenpracht. De zomer ebt weg en wordt verwerkt tot stro.

*

.

Het enigszins verfrommelde allengs vergeten papiertje, dat doorgaat voor lot wacht geduldig zijn kans af in de donkerste hoek van de schuifkast. Tót de lokale voetbalvereniging, die de loterij  uitschrijft, aankondigt dat het ultieme winnende lot onvindbaar lijkt. De fel begeerde tv is  nog steeds niet  opgeēist.  De intensieve zoekactie die volgt, levert een win win situatie op. Oma meldt zich. Lichtelijk besmuikt, maar supertrots. De fotograaf vereeuwigt haar duidelijk opgelucht omringd door de tv- leverancier en de voorzitter van de voetbalvereniging. Beiden keurig in pak.


De grote witte onderbroek met wijde pijpen wappert als de witte vlag van overgave tijdens WO2. Het is geen soldaat, maar een vriendelijk ogend mollig boerenvrouwtje. Ze bukt zich ver voorover. Nog dichter bij de uitnodigende aardbeien. Ijverige wortelvingers plukken alleen de rijpe donkerrood gespikkelde.


When the garden flowers

Baby are dead  YES

And your mind  your mind is full of red.

Somebody to love -Jefferson Airplane. 


Ze zucht. Het is vandaag erg warm. Een hittegolf. Vanavond zou het zeker op die door haar gewonnen moderne televisie komen. Na het nieuws dat de maanlanding van afgelopen nacht succesvol is geweest. Wat een nacht. Het hele dorp gaf licht en seinde goedkeurend naar de durfals daar in het heelal. Wie had ooit kunnen bedenken dat men in een raket met speciale malle pakken ooit dáár zou geraken. Nu is men al op de maan.

Zorgvuldig snijdt ze de grote bloemkool van de stronk en kijkt ernaar. Zo had de maan haar altijd van ver geleken. En waarempel! Ze had de beelden gezien en het leek verrassend op wat ze altijd gedacht had.

Haar kleinkind, fel blond door de onverbiddelijke zon vermaakt zich wiebelend op de schommel. Achter het wapperende lange blonde haar is nog net de punt van de kerktoren met een stuk van de wijzerplaat zichtbaar.

"Oma oma kijk eens!". Roept haar hoge kinderstem vanaf de steeds hoger reikende schommel. Samen met de wip is die vakkundig aan de rand van de groentetuin geplaatst door haar handige schoonzoon. Hij heeft het erg druk nu op het land naast zijn dagelijkse baan. Tegen het weelderig groene gras steken de margrieten en begonia's zo mooi af.  Ze veegt haar handen af aan de gebloemde grote schort. Vriendelijk knikkend loopt ze naar haar snel groter wordend leeuwtje toe. De bloemkool ligt nu in het gras naast de glazen kom met geurende aardbeitjes. Ze duwt de schommel hoger en kijkt verlangend waar de schattig bruine voetjes van leeuwtje de strakblauwe hemel lijken te raken.


I feel like I am knocking on heavens door  - Bob Dylan


Schommelend wil ze haar voeten in de lucht werpen. Luid zingen van puur geluk. Ze ziet haar volhardende tengere moeder. De strenge afstandelijke vader. Statig met zwarte snor. Aan de drank net als alle ontgoochelde vaders in de wijde omtrek. Leven hield in rondkomen met weinig.


Ontberingen tijdens WO 1 vormen wolkende herinneringen. Als razendsnelle gevleugelde vijftiger jaren auto's uit cartoons verdwijnen ze. Ze slaat het stripboek van haar jeugd dicht. Het is goed zo. Ze tilt leeuwtje van de licht zwenkende schommel. Het kind pakt de flinke wit geaderde  bloemkool op uit het hoge gras waar nu een kuiltje is ontstaan. Samen dalen ze het pad af onder de oude majestueuze perenboom door. De boom zucht diep en kijkt hun na. Eerst huppelt leeuwtje de donkergroene brede poort binnen. De koelte tegemoet. Oma overpeinst: het leven is nu véél mooier.


Auh! Abrupt struikel ik ongelukkig over puntig ruwe straatstenen. In gedachten ren ik nog. Een gapend onherstelbaar gat verpest mijn trendy flower power broekpak. Ik ben op wekelijks bezoek bij mijn andere oma en opa. Opa is heel lang. Donker en slank. Oma lijkt altijd de kat uit de boom te kijken als ze niet ziek op bed ligt. Soms heeft ze zelfs doorligplekken, ondanks de  vertroetelende tegen de pijn aangeschafte schapenvacht. Enkele van mijn tijdelijke vakantievriendjes staan verbaasd, anderen verslagen toe te kijken, terwijl ik mijn pijn verbijt en haastig omhoog krabbel.

De prachtig gladde polyesther stof, kwistig bedrukt met organisch uitwaaierende pastelbloemen, is over een lengte van wel 10 centimeter rafelig en onherstelbaar uitgescheurd.  Het lijkt een regelrechte kloon van het diepe litteken rechts boven mijn lies op mijn tere buik. Repareren heeft geen elke zin. Het verminkte broekpak wordt afgeknipt en vermaakt tot hippe hotpants.


Mijn soepele even oude neefje doorklieft het gemeentebad gesepareerd van de rest van de wereld omzoomd door ondoordringbare naaldbomen. 

Luid gejuich stijgt op uit het langwerpige zwembad waar druk wordt geplonst. Felwit vlashaar. Mahonie speelse krullen. Roomwitte naast donkere huid in klotsend chloorwater. Ik besef dat mijn wereld breder is dan het zwembad. Oceanen overstijgt.

 

Feed YOUR HEAD. Feed your head - White Rabbit  -Jefferson Airplane


Blad na blad verslindt leeuwtje. Telkens meer dromen. Meer inzichten. Meer kennis. Meer van alles. Tevens komen er meer vragen. Zo talrijk dat er eenvoudig niet genoeg wijze antwoorden zijn. 

*


The oceans are rising

islands in time disappear

The canyons burning

forests consumed by the flames

Wildfires rage across the plains to be starved by barren soil

Deserted farms where seeds refuse to grow

I close my eyes to cloudless skies

I dream of what we had before

I  just can’t see the beautiful anymore

I  just can’t see the beautiful anymore

Show me the beautiful

Bring back the beautiful

Show me the beautiful

I want to see the beautiful once more

Blind to the beautiful  -  Fish


*


Het ultrawitte bokje nadert gevaarlijk de vers uitgestalde kroppen sla. De slanke groentevrouw, die de kwaadste niet is, zorgt ervoor dat de meest vers groene krop tevreden smakkend verdwijnt. Met wiebelend sikje sjokt het beest over ongemakkelijke keien pal naast ondeugende witharige broer behoedzaam richting huis. Beiden steken felwit af tegen de strakblauwe lucht.

*

Het lichtgele plastic emmertje met deksel bungelt aan mijn zijde. Mijn handje omklemt stevig het metalen handvat. Speels raakt de zijkant de plooien van mijn rood zwart groen geruite jurkje en een gesteven wit kraagje rondom mijn hals.  De lange rits aan de achterkant sluit oma altijd. Ik ga over de aaneengeregen maaskeien de heuvel op. Langs de COOP, waar ze haast alles, zelfs donkerblauwe saaie klusoveralls verkopen. Tijdens de koude wintermaanden wollen handschoenen en mutsen. Op een rekje naast de gele pakken Nutricia chocomel hangen glimmende keukenspullen. De enorme etalageruiten reflecteren de enorme pilaren van de kerk. Ik ruik de eeuwenoude langzaam verbrokkelende mergelmuren van diezelfde kerk, erwijl ik de smalle bocht neem en vervolgens de Wijngaard opga die met witte statige huizen omzoomd is.

Hier schreden voor mij, in een ver verleden respectabele hooggekapte stiftdames, Abdissen van Thorn met hun indrukwekkende gevolg van hofdames langs dezelfde muren. Alleen hadden ze toen nog een geelgouden gloed. Ik loop om de pontificale trap heen, die aan weerszijden bij de ingang van het Gemeentehuis prijkt vlak naast de Boerenleenbank  en zet koers naar de bakker even verderop.

Uit een verdwaalde auto met Frans kenteken schalt "I heard  it through the grapevine" van Marvin Gaye. Toeristen!

Ik sla rechtsaf. Door de grote groene poort kom ik op de geometrisch met keien geplaveide binnenplaats. Rijen emmertjes en pannen in alle maten en kleuren salueren keurig als soldaten bij het appèl. Je vindt er vooral veel Arcopal met flamboyante bloemenranden en veel glimmend aluminium, waaraan gescheurde briefjes vrolijk begroetend wapperen.

De volgende middag zijn ze gebakken en kun je ze komen halen beantwoordt de bakker mijn vragende blik. Hij bereidt moeite loos gestolde donkerrode kersen omhuld met knapperige korst met de aangeleverde vlaai vullingen. Het bewijs staat er. Naast het door mij ingeleverde nu lege emmertje. Het deksel half ernaast en rood gestolde uitgelopen druppels staat het geurende baksel uitnodigend te dampen. Op het metalen rooster boven een vierkant dwingend patroon van afwisselend grote en kleine keitjes.

De gulden zomerochtend ontvouwt zich traag. De witte muren fonkelen. Wespen maken zich klaar voor onophoudelijke duikvluchten.


Someone told me long ago

there's a calm  before the storm

I know it's been coming for some time

Have you ever seen the rain - Creedence Clearwater Revival


Feestelijk wijzen vlaggetjes op rij naar de met ranja gevulde glazen en rietjes. De wedstrijd "Wie de meeste bubbels opborrelt" wordt steeds door iemand anders gewonnen. De plastic bekers van de meeste kinderen zijn al leeg. De verleiding van de mierzoete drank is te groot en al ingeslikt. De lange tafel is bedekt met plastic zeil in oerhollandse print. Aan weerszijden staan stoelen onder kleurrijke inmiddels plakkende confetti. Volgestopt met zoet en snoep, kruimelige mierzoete taartbodems met daarop botergeel gestolde pudding en mikado hagelslag, waardoor elk kind misselijk voorover helt. Op naar de volgende verjaardag.


Over de gehele breedte van het huis wordt onze slaapkamer met gehorige houten vloer gevuld met rumoerige feestgangers.

De donkerblauwe voordeur met een raster van witte verticale raampjes waarvan de middelste rechthoek opengaat met een knip verwelkomt ze.

Ze stromen toe door het piepende poortje. Over de gewassen grinttegels met ventilatierooster dat wijst naar de diepe donkere kelder. Door de witte spijlen met de zwart glanzende leuning zie ik enkelen de kaarsrechte trap bestijgen. Dakramen ademen aan weerszijden blauwe lucht.  Mijn zus is geslaagd.

Niet snel ben ik er echt ondersteboven van. Het is een jaarlijks terugkerend griepje. Koninginnedag Oranje boven. Ik ben dan vrij en de rest van Nederland met mij. Het huis is bijna klaar. De regelmatige tegels in de badkamer. Zonder ook maar één natuurlijke lichtstraal vertonen een grauwe waas. Ik poets ze glanzend met kaarsrechte voegen. Hun belijning zorgt voor een chique uitstraling.

Tevreden ga ik eindelijk de zon in. Leden van het Oranje comité ruimen net alle oranje restanten op.


DEEL 3. AARDE

De wereld is anders. Ik doorzag de dood. Wimpelde hem weg.

Jaren durf ik niet te voelen waar de chirurg de enorme incisie maakte. Een vacuum met aan weerszijden zwart ontsierend piekend hechtdraad. Het voelt alsof mijn binnenste is weggesneden.

Like a true nature's child we were born. Born to be wild. We can climb so high . I never wanna die!           

Born to be wild  - Steppenwolf


De sofa biedt geen soelaas. Pijnscheuten volgen elkaar steeds heviger op. Alle geluid trilt na en vuurt kogels af in mijn lichaam. Ik ben 5 jaar. De taxi stopt. Mijn moeder met mij aan haar zijde dringt het ziekenhuis binnen. Pas veel later volgt de intake.

Call Alice when she was just small - Jefferson Airplane White Rabbit


Aan de hoge balie hangt een kleuter. Het lichaam reddeloos verkrampt aan een reddingsboei. Die haar niet lang meer boven water houdt. Alles gaat stuk van binnen. Daarna lig ik urenlang rillend op een brancard. Na lang wachten vraagt mijn moeder zenuwachtig om een deken. Ik zie haar vermoeide blik. Altijd in tweestrijd. Ze is meer verloren dan ik realiseer ik me, terwijl ik in elkaar krimp,  want grote doktershanden penetreren me. Ik voel de kracht onherstelbaar binnendringen. Helse pijn vormt een vlammend vuur. Alles wordt zwart.

And you have had just one kind of mushroom -Jefferson Airplane


Levenloos ben ik dat popperige blonde meisje. Bijna weggevaagd. Ik vecht. Ik blijf nog even, terwijl ik stelselmatig tevergeefs op zoek ga naar goudvissen in de transparante zakken boven mij. Trage krokodillendruppels likken door de semi doorzichtige slang en bijten stelselmatig armen en benen. Lange sluipende dagen volgen elkaar op. Ik vraag me af of de gulden snede van Vitruvius zomaar in en op mijn buik zit. Die behelst heel iets anders las ik in de Kijk. Alles lijkt  mij mooier dan dit affreuze litteken.

De eindeloosheid en eenzaamheid doorbreek ik met mijn fantasie. Soms grappen uithalen met een paar andere kinderen. Leuk of niet. Het soms hypocriete getwist afgewisseld met ander vermaak boven het andere zaalbed. De bemoedigende blikken en handen van de witte wondermensen helpen het meest en de reuzen paashaas die geruststellend naar me knikt.


So build me up build me up Buttercup

don't break my heart

"I'll be over at ten", you told me time and again

But you're late, I wait around and then

I run to the door, I can't take any more

It's not you, you let me down again

The Foundations - Build Me Up Buttercup


Een tergend diep gapend gat, rechtsonder in mijn buik schreeuwt het uit. Ik lijd. Ondanks de verdoving heb ik pijn en voel ik dat het een wonder is dat ik er nog ben. Op de binnenkant van mijn armen en benen ontstaat een oerwoud aan afdrukken. De stille getuigen van injecties. Het is het gevecht dat ik lever. Bijna 5 jaar, alleen zonder broertje of zusje. Die mogen niet op bezoek komen. Alleen zonder vader en moeder. Buiten de voorbij flitsende bezoekuren om.  Het put me uit. Ik smacht ernaar naar huis te gaan. Te rennen, in het gras te buitelen, te spelen. Het kan niet. Het mag voorlopig niet volgens de hardnekkig nee knikkende mannen en vrouwen in witte jassen met zacht kloppende klompen. De megagrote paashaas naast me met roomwitte glitterstrik die me 's avonds meestal gerust stelt, kijkt dit keer gelaten toe.

De rest van de eindeloze stoet paasmanden gevuld met bonte eitjes en transparante surprise eieren met enorme strikken verdwijnen geheimzinnig. Net als alle bezoek weggefilterd wordt klokslag 19.00 uur wanneer iedereen zich gereed maakt voor de avond en nacht. 


WATERVAL

Mijn vader straalt en ik nestel me gelukzalig in zijn sterke armen. Zijn krachtige kaaklijn en donkere ogen drukken betovering uit. Als een trofee draait hij me gelukzalig in het rond. Vanochtend hebben de witte wondermensen, niet van Mars maar het St. Laurentius heel lief, sommigen zelfs met tranen afscheid van me genomen en uitgezwaaid. Ik ben weer thuis. Van binnen voel ik een tomeloze nog ingehouden energie stromen. 


I want to know have you ever seen the rain coming down on a sunny day

Have you ever seen the rain - Creedence Clearwater Revival

*

Bij Jeanne chique dameskleding, maar ook badkleding in alle maten. Bikiniweer besluit ik trots als een pauw.

Rechts mijn litteken verscholen onder witte stretch, daarop speels appelgroen en lichtbruin. Een waanzinnig nieuwe bikini.

Buiten schijnt de zon volop. Overwegend naakt gave huid schrijdt de keuken binnen. Opa wordt een bewegend acteur. Donker tegen het felle licht zwaait zijn wandelstok boosaardig in de lucht. Ik vlucht hals over kop naar buiten naar het heldere licht. 

*

When she is ten feet tall.      White Rabbit -Jefferson Airplane

 

Symmetrisch omwikkelde poten met bont. Net laarsjes. Eerst smal been met bovenop donkerrode breder wordende spiermassa. De rest van het afgestroopte vreselijk akelig geurende grauwe lijfje. Het verlamde kopje met grote bruine heldere ogen kijkt me indringend aan.

*

Het krioelt van de wespen. Het glibberend gistend peerrestant is met enorme kracht op de hard geregende grond gesmakt en uit elkaar gespat.

Er klinkt luid gezoem. Bijen dansen dicht bijeen. De machtige tanige perenboom zucht onder de loden last. Zijn decennia lange brede armen houden het nog maar even vol. Weldra vallen de gezwollen  rimpeltenen met grote donkere holtes, nu nog krachtig diep in de aarde reikend, ten prooi aan de gretige gruweltanden van de zaag.

*

Telkens raakt de nieuwe wip synchroon de twee halve rubber manen. Tik omhoog. Tik omlaag. De schommel vlakbij een nog flinterdun perzikboompje in ons privé speeltuintje. Daarachter veel open blij gras. Daarnaast het in gedekt groen geschilderde houten kippenhok met schuin asbest dak en olijke kijkraampjes . Rondom het kippige hok reiken hoogstam fruitbomen, allen even hoog, even breed in spreidstand  naar elkaar. Een drieling van friszure appelbomen voor de appeltaart. Een zesling van een ander appelmoesras. Daarachter acht diep donkere vlezige samenzwerende pruimenbomen. Het gras is daar anders. Taai, donker fluisterend.

*

Wild, wild horses we'll ride them some day Wild horses couldn't drag me away

Wild, wild horses we'll ride them some day Wild horses -  Janis Joplin

De fles Bols jonge graanjenever, voor drie kwart leeg, nadert de dikke opbollende bodem, de ziel. De glaasjes worden opnieuw gevuld. Mijn opa met paarsrood aangelopen  gezicht. Kille helblauw doorlopen ogen met witte stugge wimpers. Geen kalmerende aanblik.

En nog iemand, waarvan ik de naam in ere wil houden. Samen zo dronken als een tor in de voorkamer. Zo klein als ik ben toch weet ik exact waar het over gaat. Ik sluit de schuifdeuren zachtjes. Sommige dingen wil je eenvoudigweg niet horen. 

*

Terwijl ik voorop haar fiets zit en later aan haar hand meewandel en opgroei wordt mijn toevluchtsoord langzaam maar zeker een schiereiland. Een enclave van rust aange vreten door een gapende mond van klotsend likkend zwart zoet zout water. Af en toe bijft vreemd geurend schuim achter. Mijn korte beentjes stappen gestaag door het lang gerekte laantje met weelderig blad. Aan het eind waar de lichter wordende laan zich splitst gaan de twee, de markante broer De Groote Hegge en zijn tengere zusje De Kleine Hegge ook onverbiddelijk uit elkaar. Daar verrijst de dijk als barrière tussen een ver verleden en een vragend heden. Linksaf volg ik het baken. Daar ligt ongepast een kadaverhuisje in de bakkende zon.

*

En als de zon schijnt buiten gaan we lopen door de duinen en de dingen in de kamer zouden levenloze dingen zijn zonder jou

De avond  - Boudewijn de Groot


Steeds moet ik wel kijken. Wat doet het daar? Waarom ligt het als relikwie vlakbij de dijk. Wat is überhaupt het nut. Ik wend mijn hoofd abrupt af. Terwijl ik keihard een aanloop neem en zonder veel moeite op de steile helling beland, vanwaar ik de eerste bollende zeilen spot. In de verte het tergend langzaam opschuivende spookschip met wel duizend treden. Die het grint rinkelend wakker schudt en als friswit gepolijste tanden laat opblinken.

Het geheel tovert geen glimlach op mijn eigenwijs bruin verbrande snoet. Ik kijk. Proef het zout. Mijn hand zoekt snel de veiligheid van die van mijn moeder. Samen lopen we ongelijk van lengte, maar in gelijke pas verder. Ze vertelt verhalen over hoe het vroeger was. Waar haar land in de verte richting België lag. Ik luister ademloos. Kijk haar aan. Haar ogen vormen een zee van mist. Een traan glijdt als een oplichtend slakkenspoor over haar besproete wang.


When logic and proportion have fallen sloppy dead - Jefferson Airplane


Lichtpijlen verlichten de gitzwarte hemel. Pas veel later echood de oorverdovende knal. Haar lichaam schokt alsof het geraakt is. Ogen puilen uit hun kassen. Angst ruik je. Ze duikt weg. Iedereen is die nacht gewekt uit voorzorg. Het felle licht van de lamp in de kamer is bijna net zo fel als de lichtflits van zoëven. Ze duikt onder de tafel. Ik weet het zeker. Die bange verstikkende angst raakt ze nooit meer kwijt.

De zwarte en roodbonte koeien staan dicht tegen elkaar gepakt. Hun staarten zwiepen onrustig heen en weer en verdrijven venijnig de horzels onder de laaghangende zwarte wolkenmassa. Het is plotseling nacht. De uiers wijzen zwaar richting het gras. De hemel splijt open wanneer de knal haar letterlijk verdooft. Likkend raast de dreigende vuurbal over het  schrikdraad als een draak die steeds verder spuwt. 


Heilige Maria moeder van God. Wees nu een engel……

*

Ik fiets aan haar zij. De bakker en slager net over de grens in België lonken. Kessenich lijkt altijd te slapen. Het is er vredig. Haast plechtig stil. Dat kan ik op mijn leeftijd al waarderen. "Kijk" zegt ze als we de eerste huizen naderen. "Daar had jij nu gewoond wanneer ik met hem was getrouwd", wijzend naar het kleinste onooglijke boerderijtje dat ik ooit waarnam. Ik lach hoog en luid. Opgelucht zelfs. Even bedenk ik dat ik haar onnozele theorie zomaar zou kunnen aannemen als waarheid. Waanzin natuurlijk. Die rare hersenkronkel.

De keer daarna vraag ik :"Hield je dan van die man? " Ze ontwijkt het antwoord . Met dromerige blik staart ze stilzwijgend in de verte.


Met de kleuren die vervagen

zonder zoeken zonder vragen

Verdronken Vlinder - Boudewijn de Groot


8 x 2=16 dan is zij 39. Hoe vaak gaat 16 in 39. Hoe lang leven om zo oud te worden. Ik ben nu acht jaar. Wonderlijk. Jawel ik verwonder me over de dood. Waarom jeugdig als je toch eindigt. Dus ik maak de meest malle ongunstige berekeningen in mijn hoofd en 's nachts bonst dat hoofd ongeremd. Een voetbal die steeds de goal in knalt.


Feed YOUR HEAD. Feed your head - White Rabbit  -Jefferson Airplane


Hij nadert. Stapt van zijn fiets. Ik kom van de andere zijde en plof tegelijkertijd van mijn fiets. Hij gaat naar de MEAO ergens aan de andere kant. Ik naar de HAVO. Dat weet hij. Hij komt er immers altijd langs gefietst. Zo vaak zie ik hem met uitgaan en daarna thuis in de vroege stille ochtend. Levensecht met mijn ogen dichtgeklapt alsof een geheim geschenk daarachter verborgen zit. We maken een praatje terwijl hij me meer dan anders oplettend aankijkt. Hij springt licht neuriënd op zijn fiets. Hij is speciaal. Hij weet niet hoe speciaal.

*

Onze voeten bungelen slungelachtig van het bruggetje boven de ondiepe spiegelende beek. Rooksignalen kringelen richting de blauwe hemel. Wanneer ik mijn ogen dichtknijp lijkt het alsof ze worden opgeslokt. Na enkele teugen hou ik het inhaleren van de stinkstaven voor gezien. In mijn oor kabbelt kringelend water.

Zomaar drijven na het vliegen in de wolken drijf je hier

Verdronken Vlinder - Boudewijn de Groot

*

Aftands door jarenlang intensief gebruik door bonkige mannen van de grintmaatschappij glij ik die avond met de verveloze boot als een dolfijn door het water.

*

Wanneer ik bij de schoenmaker links afsla, het steegje in met aan weerszijden witte huizen richting de wijdse Wijngaard doemt de kolossale schaduw van de slager op.  Op zijn  ruimvallende witte werkjas zitten vegen bloed ter hoogte van zijn buik. Zijn kraag valt nonchalant open. Weerbarstig donker borsthaar bedekt de randen aan weerszijden. Op de brede gespierde zongebruinde torso rust een nors hoekig hoofd met bijpassend zwart brilmontuur. (Nooit mocht ik die imposante man in zijn witte jas met geronnen Rohrschach bloedvlekken).

Als een chirurg die gaat ontleden presenteert hij plotseling een enorm mes waarmee hij bezwerend langs mijn hoofd zwaait. Ik huiver en krimp in elkaar. Lang mijd ik de route. Het heeft iets bloederigs. Daarna nóg als hij vraagt mag het een onsje meer zijn.

*

Call Alice  when she was just small - Jefferson Airplane


*

Kruimel- en rastervlaaien staan te dampen op ronde draadroosters op de verkoelende stenen vloer. Twee aan twee. Leeuwtje snuift de intens zoete geur op. De deur van de zojuist nog loeiende oven staat nu open. Warme opstijgende lucht trilt als een bedwelmende fata morgana. Op de tafel liggen restanten van bloem. Een kom met kruimels en de laatste druppels kersenvulling. Mmm. Elegant schraapt ze de stroperige kers met haar kleine wijsvinger. Vervolgens de boterkruimels. Veel lekkerder dan vlaai. Ze ze schrikt op door het melodieuze gefluit van haar vader. Leeuwtje draait zich abrupt om. Verliest haar evenwicht. Terwijl haar billen onbedoeld de dampende kersenvulling raken en een seconde later de hete vlaaibodem. Voelt, bovenal ruikt ze, de brandlucht van huid, alsof iemand levend wordt gekookt in een pot. Zilte tranen vloeien. Tranen die blijven stromen als de stroom van de Itterbeek. Zoveel.

*

Hij is no nonsens. Een donker ogende man. Zo weggeplukt uit een spannende film.  Zo no nonsens dat hij geen haast maakt met zijn rijbewijs. Iedereen rijdt inmiddels auto. Hij bestuurt alleen voor en na zijn werk de luidruchtig trillende tractor. De tractor ademt vooral vrijheid voor hem. Hij houdt nou eenmaal van de natuur, de verse geur van  grond en gras. De kalm wuivende velden vurig bedekt met goudgele halmen vormen een soort meditatie. Het vogelachtig ruisen van hoge bomen in de wind, de aardpeergeur van gerooide aardappels, van mest. Dat alles geeft hem een gevoel van tevredenheid en geluk.

*

Het is ijskoud. Leeg geblazen straten vol eenzame stuifsneeuw. De hele maand is het weer extreem guur.


Little darling, it's been a long cold lonely winter. Little darling, it feels like years since it's been here. Here comes the sun, here comes the sun and I say it's all right

Little darling, the smiles returning to the faces. Little darling, it seems like years since it's been here. Here comes the sun, here comes the sun and I say it's all right

Here comes the sun - George Harrison


Pottenkijkers worden angstvallig buiten gehouden door dicht geweven, grof gebloemde gordijnen. De kamer is spaarzaam verlicht. Sinterklaas met pakjesavond nadert. Mijn moeder prikt lang daarvoor de zeepbel door. Ze pakt ijverig cadeau's in met bont gedecoreerde rollen Sint en Piet pakpapier. Weliswaar met twee linkerhanden. Ik spring bij.

Maria the most beautiful sound I ever heard

Maria, Maria, Maria, Maria.                    Maria - Jimmy Bryant

Sindsdien weet ik al ruim van tevoren wat Piet van de verlanglijstjes daadwerkelijk uit zijn gevreesde stoute kindertjeszak tovert.  Opmerkelijk blij verrast verwelkom ik de typemachine om mijn broer en zus vooral niet al te ruw de heilige Sint mythe te ontnemen.

Het jaar daarop sta ik mijn eigen scheikundedoos in te pakken. Bomvol explosieve stofjes en Petri schaaltjes. Vaak iets in het kader van leren. Een ingenieuze legpuzzel waarbij je telkens ingewikkelde kennisvragen dient te beantwoorden. Bij goede antwoorden wordt je verrast met een werkelijk intrigerend geometrisch patroon. Absoluut een super aanwinst en daarmee gaat een super prijskaartje gepaard. Kennis vergaren staat hoog aangeschreven bij mijn vader. Minder bij mijn nerveuze moeder die volgt hem blindelings.

*

Altijd heeft hij wel een anwoord op mijn stortvloed aan vragen. Ik hang aan zijn lippen en hou nog meer van hem. Beheerst zet hij zijn visie uiteen over aanstormende toekomstige ontwikkelingen. Windmolens en zonnepanelen. Over melkrobots, over water -en luchtkwaliteit waarmee kostbaar om dient te worden gesprongen. Net als zijn zussen had hij willen studeren. Uiteindelijk weet ik, heeft hij toch LTS gedaan. De boekjes liggen als stille getuigen ergens in de kast. Zou het daarom zijn die hang naar kennis .

Here we go again asking where I've been

You can't see these tears are real

I'm crying (Yes I'm crying)

We can't go on together

With suspicious minds (suspicious minds)

And we can't build our dreams

On suspicious minds

Oh let our love survive

Or dry the tears from your eyes

Let's don't let a good thing die

Suspicious minds - Elvis

Die Gitarre und das Mehr verwaait door de geopende ruitjes. Met verjaardagen rijden alle neefjes en nichtjes gewoon even mee. Er kunnen er met gemak zo 10 in. Even inschikken. Oom agent vindt het maar niets en schrijft een flinke boete uit. Top hoor het Schlagerfestival. Het late zaterdagnamiddag spektakel op de vaste Duitse zender. Mijn zus en ik staren ademloos naar Rex Gildo op het beeldscherm. De goddelijke zanger oogt ultra sexy.  We becommentariëren vooral zijn looks, zijn outfit en daarna ipas zijn zang. Synchroon hoor ik daarna Udo Jürgens én mijn vader's stem.. Onze kritiek vindt hij ongepast. Hij verdwijnt weer samen met Udo en zijn Griechischer Wein Even zijn we stil en klein, maar al snel pakken we de draad weer op en ratelen we vrolijk verder. Toch resteert iets van terughoudendheid, lichte gêne. Verderop schalt uit de berging Immer wieder Sonntags uit de hippe cadmiumrode Aristona radio cassette recorder.


Kijk dan Leeuw roept hij triomfantelijk. Popelend vol ongeduld wenkt hij. Kijk voor jou. Ik kijk, maar deel zijn enthousiasme geenszins. Of het zou om de kleur moeten zijn. Voor me staat een brommer in het meest bespottelijke groen. Grasgroen, kikkergroen, groene groentegroen. Ik heb er welgeteld een keer op gereden. En ja ik ben 13. Dat is dan wel weer cool.


EXPRESSIE

Op het eerste gezicht lijkt het een uitgemergelde sadistische tweeling met identieke scherpe tronies. Superheks runt de zesde klas. Haar wat fragielere op sommige momenten zelfs toegeeflijkere bleke wederhelft klas 5. Lager onderwijs op een strict gescheiden meisjesschool met uiterst behoudende wereldvreemde feeksen. Het onuitwisbare  feeksachtige komt vast doordat ze beiden ongetrouwd zijn gebleven. Verstoken en uiteindelijk wars van liefde of enige emotie. Een opvallende deur verbindt beide lokalen met kenmerkende hoge plafonds. Wordt Juf 5 weer eens geveld door ziekte, dan gaat die deur als vanzelfsprekend open en wordt het strenge 6-regime uitgebreid naar het aanliggende lokaal. Als in een strafkamp borduren we eindeloos poedels op een lullig fijnmazig spierwit kleedje. Dat allengs smoezeliger wordt. Enorme ramen kijken uit op een prachtig hellend restant van de ijstijd. Aan het eind van het opgestuwde land daalt het flink en sta je plots in een prachtig meanderend dal met breed overhangende klimbomen. Met biologieles staan we dan eindelijk oog in oog met wat we smartend achter glas  ontberen. Eerst voelt de temperatuur bloedheet aan als in een popcornmachine. Naarmate we meer richting het dal gaan wordt het schaduwrijker en ook vochtiger met naar en van elkaar zwevende libellen. Vooral geheimzinnig tussen reusachtige bereklauw, lisdodde, distels en planten met rare namen die we nog niet kennen. Als we moe van het eindeloos klauteren en omlaag glijden en eindeloos luisteren naar de juf die plots losser en leuker lijkt terug slenteren over het hogere opgestuwde bijna altijd zonovergoten land, reflecteren goud wuivende korenaren het felle zonlicht. Soms verwuift een bries hier en daar maispluimen. Verderop staan lome dorstige paarden met prachtig neergeslagen wimpers gelaten te wachten tot het afkoelt. De voorgeschreven geometrische patronen bij borduren. De ingelijste steekjes als teken van noeste arbeid vormden geenszins een uiting van expressie en creativiteit. Ze verdwenen net als de herinnering aan de zwartgallige dames.

Jaren later kwam ik ze als bij toverslag tegen vlakbij mijn ouderlijk huis, toen ik mijn studentenkamer even verruilde voor een bliksembezoek Ze leken nu nog meer een eeneiige tweeling. Samen geklonken stevenden ze vastberaden met hun spichtige lijven op me af. Hun stemmen klonken levendiger en ze lachten waarempel. 


Wenteltrap Parijs

4 witte King Cornbroden staan naast elkaar en verticaal opeen gestapelde voedzame boterhammen besmeerd met crèmige pindakaas. Vijftien kinderen waaronder Karin die bij mij in de klas zit vullen het grote herenhuis met als middelpunt de statig ronddraaiende Parijse wenteltrap die automatisch naar alle hoger gelegen vertrekken voert. Erachter klinkt muziek. Boven Karin's bed hangt een stoer visnet. Hangplanten in oranje macramé hangers versterken het effect. Terug beneden leven we ons uit op een levensgroot zwart krijtbord. Haar vader geeft thuis les aan groepen leerlingen.  Vandaar dit leslokaal met lessenaar, bankjes en werktafels. Kinderen in overvloed. Wij vermaken ons opperbest.


DEEL 4.       ANJERS

If you gave me a fresh carnation I would only crush its tender petals.With me you'll have no escape and at the same time there'll be nowhere to settle I trample down all life in my wake & I eat it up and take the cake I just avert my eyes to the pain Of someone's loss helping my gain Carnation - The Jam


De treinmachinist fluit. Langzaam meerdert de trein vaart. Mijn moeder, haar zus en Josefien mijn zus en ik gaan op weg vanuit Roermond naar Sittard om daar te winkelen. Op dat moment vind ik de hele entourage rondom treinen nog speciaal. Surtout magnifique. Maar in mijn latere leven verdoe ik een hoop kostbare tijd van en naar mijn werk in diezelfde gewraakte trein. Een andere keer bevinden mijn heerlijke geurende hoogblonde smaakvol geklede tante en ik ons in petit Weert. In een smal vol donker maar stijlvol boetiekje koopt ze een prachtige diep donkerblauwe jas voor me. Het weekend daarna gaat de hete krultang streng voor streng door mijn lange manen. Plotseling staat daar een Barbie met prachtige krullen. Samen in het grote ongerepte bed in de heerlijk koele slaapkamer die geurt als een boudoir. Mijn rijzige oom ligt in het ziekenhuis. Opgenomen voor de zoveelste keer. Getergd door hernia. Ik slaap dan naast mijn tante. Het stelt haar in alle hectiek gerust. Zij en ik slapen als Doornroosje. 


Het regende niet meer. De lucht klaarde op en kleurde helder korenblauw. Telkens wanneer de citroenvlinders uitvlogen leek alles te vervagen. Voelde ik de zwarte draad nog door mijn huid? De chirurgenhand die me penetreerde en magnumkogels afvuurde? Mijn moeder hulpelozer dan ik aan mijn zijde? Het bleek geen droom. Door onze littekens uit het verleden zag ik tegelijkertijd het komende verlies, de wreedheid daarvan, de schoonheid van vergiffenis. 


Getooid in een prachtig jurkje met vanaf de schouders opengewerkte geborduurde kant en een fijn groenroze broderie aan weerszijden op de korte mouwtjes. Witte glad fijn glanzende handschoentjes. Sneeuwwitte kokette lakschoentjes en dito tas met Chanelachtige verticale ruitprint en natuurlijk bijpassend portemonneetje waarover later meer. Eerst maar de Heilige Communie. De bedwelmend rijke geur dringt mijn neus binnen. De complexe geur van anjers met ontelbare opeengestapelde fijne blaadjes maakt diepe indruk. Nooit eerder ben ik zo verleid. Mijn besluit staat vast. De man die mij later wil trouwen al denk ik daar verder volstrekt nooit over na zal me verleiden met witte of witroze anjers. Mijn kanjer.


Darkness of the night has gone a blackbird sings a song at dawn crystal drops of morning dew are covering all the grass the landscape wears its morningdress Storm and thunder - Earth & Fire

Zijn glimmend gehoorapparaat ligt pontificaal voor hem op tafel. Een voorloper van de mp3. Een bomexplosie tijdens WO 2 beschadigde zijn gehoor. Hij kan echt liplezen. De bovenste knopen van zijn overhemd staan wijdopen. Voor hem bevinden zich een kom met warm water, een krabbertje, een scheerstaaf. Hij draait zijn hoofd geduldig en laat me begaan. Eerst de vochtig warme doek. Daarna wolken schuim. Vervolgens ritmische banen trekken over jukbeen, wang, kaak. Zijn tong duwt geduldig de huid omhoog zodat ik zonder veel moeite de witgrijze stugge baardharen verwijder. Hij geniet zichtbaar en vertrouwt me volkomen. Soms gaat zijn hoofd ritmisch mee. Ik verwijder het schuim. Dep wangen droog. Daarna een splash kruidige Tabac. Waar hij zich enorm op verheugt en van opkikkert. Ik punt nog even robuuste wenkbrauwen bij. Het gehoorapparaat kan weer in. Hij knoopt zijn overhemd dicht. Fris als een baby.


The rainbow hides no treasure Oh believe me it's not true and there ain't no mixture that will give you back your youth No mystic machine that makes the sand turn to gold. Like there ain't no magic word That holds you back from getting old Just A Little Bit Of Peace In My Heart - Golden Earring


Ze geurt als de hoer van Babylon. Overweldigt met haar parfum. Een echte parfumbom. Een mooie grappige vrouw. Heerlijk maf en behulpzaam. Ze roert de pompoensoep. Zojuist klotste alles nog. Nu is het een tot rust gekomen maalstroom. Haar oranje pupillen verwijden. Knalrode kousen eindigen net onder haar knie. Gestoken in witte pittig rondklepperende gezondheidssandalen poetst ze niet één kamer. Nee een hele flat. Ze is een beest, een Mrs. Proper in het kwadraat. Ze jifft ajaxt en swiffert. Haar vitrage Nibro wit. Haar ramen blinken. Als ik van buiten naar binnen kijk zie ik mezelf steeds weerkaatst. Pas als ze opgewonden naar buiten stormt zie ik haar duidelijk nu en verbreedt mijn lach. De vloer veegt ze nu ook met me aan als regelrechte kopie van oma geeft ze gas en remt zij. Want zij zit achter het stuur. Airbags bestaan nog niet. Met haar is gewoon ongewoon. Zingend buiten in sexy lingerie strijkt ze hemden stijf en strak. De zon knipoogt en belicht haar als een filmster. Fasten your seatbelts

*

Om vijf uur staat hij vaak al naast zijn bed. Het werken zit hem in zijn bloed. Nooit moppert hij. Integendeel hij fluit. Zijn gefluit herken ik altijd en overal. Het is melodieus en bereikt meerdere toonhoogtes. Het is tevredenheid. Als hij in de buurt is weet ik dat want ik hoor hem. Om 9 uur is hij vaak zo moe dat hij vanzelf in slaap valt. De Duitse zender is favoriet. Das ZDF. Het Deutsche Fernsehen een begrip voor ons met Karl May met Witte Veder en die Leute von der Chiloh Ranch. Gesynchroniseerd en uiterst populair naast andere westerns en politieseries.  In de hoofdrol de aantrekkelijke piepjonge Michael Landon die waarempel volgens een latere studiegenoot op hem lijkt. Daarna volgt Chimansky, Tatort, Derrick. Kijk zegt hij zijn enthousiasme nauwelijks verbergend: "Eerst de cement in balans mooi vochtig niet te droog op de troffel." Hij weet waarover hij praat. Daarna op de steen verdelen. Aandrukken met de volgende en eventueel gemorst cement verwijderen. De kunst is exact de goede hoeveelheid te nemen. Vooral precisie. Dat telt. Hij is praktisch ingesteld kan wonderwel tekenen, stenen leggen. Zoveel eigenlijk. Voor anderen maakt hij bijna alles wat mogelijk is. Een designschouw of verfrissende badkamer. Een aanbouw. Een rustieke authentiek ogende poort zelfs een compleet huis. Want het restaureren zit hem in het bloed. Hij houdt enorm van hard werken en dingen creëren. Al van kinds af aan.

*

Boekenwurm. Boekenverslindster. Boeken vormen mijn blik op de wereld. Ik doorzie de dóór en dóór slechte moordenaar. Even later lig ik in de armen van een knappe autocoureur. Mijn hart reageert  heftig op de stekende pijn, wanneer de vrouw haar innig geliefde man kwijtraakt.  De stille getuigen van mishandeling. Foto' s met beelden van blauw fluoriserend letsel. Uitgestrekte savannes met alleen de echo van geluiden van wilde dieren. Schaduwpartijen van sluipende leeuwinnen in de zinderende nacht. 


Tante Atilla, zo noem ik haar liefkozend, zit in de felverlichte keuken. Ze knippert onwennig en vaak met in de haast dicht geknepen ogen. Haar baritonstem laat het hele meubilair in de kamer trillen. De onmetelijke lopende band aan sigaretten heeft niet onverdienstelijk zijn werk gedaan. Ook aan de buitenkant niet. Haar getaande gezicht benadert behoorlijk de kleur van haar longen. Ze kucht. Een mannenrochel. Als zus van mijn oma is ze vele jaren jonger en slanker dan haar. Bovendien altijd goedgekapt. Goedgekozen haar beslist opleukende fijngesneden pantalons met strakke vouw en dito jasjes. Mooie knopen ook. Smetteloze maagdelijke non iron blousjes maken het ensemble af. Zonder alle toeters en bellen. Ontdaan van make up en dat onwijs strak geföhnde kapsel weet ik het zeker. Het is een man. Weliswaar een gesoigneerde man. Ze is zeer kritisch. Met het hart op de tong. Eigenlijk zoals oma. Die laat ook geen moment voorbijgaan om haar directheid te tonen. Onvervaard en vooral ongevraagd geeft Til nu interieuradviezen. "Want "verordonneert ze "wanneer ze de volgende keer komt is die godsonmogelijke verblindende tl lamp passé!". "Hier hoort een warm knipogende barokke lamp met koperen ketting!" ' Een waar je als tarzan aan kunt gaan hangen en pontificaal glijdend mee wegzweeft het oerwoud door. Dadelijk is de storm voorbij en keert de rust weer. Totdat ze weer als een wervelwind opduikt. Superwoman met sigaret glimlach ik. Een flauwe glimlach. Want ik weet zeker. Ik ben 12 maar nu al vele malen subtieler.


I close my eyes, only for a moment, and the moment's gone. All my dreams pass before my eyes, a curiosity. Dust in the wind. All they are is dust in the wind Same old song, just a drop of water in an endless sea. All we do crumbles to the ground though we refuse to see. Dust in the wind All we are is dust in the wind Dust In The Wind - Kansas

Hij staat bij de ingang onder de ladder naar de hooizolder. Zijn niet oerhollandse, normaal vriendelijker kijkend gezicht belooft weinig goeds als hij op mij neerkijkt. Ik krimp in elkaar onder zijn nu echt indringende donkere blik. Zijn stem klinkt veel zwaarder. Ik kijk schuldbewust. Voel veel spijt nu het pas tot me doordringt. Ik antwoord schoorvoetend. Ik open mijn handje en toon het besmette kwartje. Queen draait op de achtergrond. Ze opent de deur naar de winkel en komt terug met een reep chocola. We zitten aan tafel bij het buurmeisje aan de overzijde. Vooral een vriendin van mijn zus. Het regent pijpestelen buiten. Erger kan het bijna niet. We hebben herfstvakantie dan verwacht je op zijn minst zon. Mens erger je niet spelen is dan erg toepasselijk. Maar ook Monopoly, Stratego en geregeld Mikado. Ondertussen draait Charlotte Queen's Bohemian Rhapsody grijs. Ik heb sindsdien gedurende lange tijd een hekel gekregen aan de excentrieke performer leadzanger Freddy Mercury met zijn vocale uithalen. Nu ebt die weerstand pas geleidelijk weg. Queen staat elk jaar op een. Niet voor mij.


De bouw begint. Naast ons woonhuis draaien de cementmolens tegelijk met jonge luidruchtige bouwvakkers die constant  muziek laten schetteren. Gehak van stenen. Ik ga naar school. Tot ver na 4 uur zegt mijn lesrooster. Dan zijn ze weg. Om de volgende dag letterlijk open te breken met troffels, kuipen vol cement en massa's kletterende stenen.


Zuidelijk temperament bij vlotte Ingrid. Naast haar lange slanke Marion met op en top zongebruinde Marleen met flatterende pumps in maat 42. Haren als Claudia Schiffer. Echte hartsvriendinnen. Mijn kort gekapte kleinere jongensachtige zus staat naast me. We kletsen ontspannen en drinken wat. Ik draag diep donkerbruin lang haar. Ik merk dat de kleurspoeling van mijn moeder effect heeft en me bizonder opleukt. Ik lijk meer de dochter van mijn donkere vader. Disco Inferno klinkt door de speakers en iedereen gaat los. De avond uitdansend met disco, vette soul en tussentijds afkoelend tijdens een rondje hardrock beland ik bekaf in de twijfelaar. Morgen weer.


Witte handschoentjes openen het dames achtige laktasje. Sneeuwwit Chanel. Ik toon vol trots het bijbehorend portemonneetje. Prachtig nagemaakt. Binnenin de zwarte voering liggen kostbare guldens en 2 grote glimmend ronde rijksdaalders. Ik leun op de rand van het bruggetje. Eronder stroomt de Itterbeek met hier en daar een kolkende draaibeweging. Verder groenalg, keien, grint en zo nu en dan een vis die eerst licht draait en vervolgens rechtdoor zwemt met de stroom mee. De ramp voltrekt zich. Verwijde pupillen van schrik. Het witte portemonneetje verdwijnt razendsnel onder de brug. Uit het zicht. Ik hap naar lucht. We snellen naar de andere zijde. Daar in rap tempo zo nu en dan 180 graden draaiend. Soms een wit stipje dan weer voluit zichtbaar. Eerst rechtdoor stroomafwaarts. Verderop weldra de bocht nemend om ergens voor altijd onder modder alg en blad begraven te worden.

Als speurende zilverreigers zoeken mijn moeder en haar jongere zus met priemogen de bodem van de beek af. Op zoek naar het gewraakte portemonneetje. Op een afstand lijken het volleerde vissers. Bruine waadvogels zonder lieslaarzen.


Het gevoel van verlies van iets wat nog zo kort zo dierbaar is schrijnt. Uit een ver warmbloedig land waar altijd de zon schijnt naar het druilerige grijs donker Nederland. Dat schrijnende gevoel van ontheemdheid heeft het prachtige sunkissed kind met haar moeder en tenger gebogen grootmoeder letterlijk doorvoeld.  Na hun verbijsterende zoektocht waar het gevoel overheerst van we verdwalen, ontmoeten ze een veilige plek. Warmte van eenvoudige blije mensen in diezelfde warmte reflecterende witte huizen. Huizen die op hete zomerdagen de zon moeiteloos evenaren.  Een loodgieter trouwt met de eens verdwaalde dochter. Met twee dochters vloeit het leven alsof het nooit anders is geweest. Daar aan de Itterbeek, grenzend  aan hun grote tuin. Vlakbij het bruggetje, waar ik iets kostbaars verloor, vinden dierbaren elkaar en groeit Wanda met haar zusje op als kool. Verderop bewondert Bertha de gladiolen, terwijl haar man een enorme krop gifgroene sla tevoorschijn tovert  uit de gigantische omhaagde moestuin. Daarachter slaapt Sterrenbosch.


WANDA the wanderer

Diepdonker ebbenhout omkranst diep rakende ogen. Een andere wereld, een andere tijd, zó eender. De kapster krulde mijn haren. Zelf bewust liet jij ze niet ontkrullen. Je ranke stem vol melodie. De zon danste toen al in je hart.


Buiten onder de om de 2 minuten haperende neon verlichting gonst het van de drukte. Midden in de nacht draaien de zware motoren. Kirrende tienermeisjes struikelend op ongemakkelijke hakken. Dronken opgeschoten langharigen vol adrenaline en dat andere waarmee ze de strijd aanbinden om de stoerste te zijn. Seventies muziek op de 1e etage. Snoeiharde hardrock dan weer disco met KC & the Sunshineband.  Net als de bonte mengeling van boerenruitjes en brutaal in jeans en leren jacks gestoken buitenlui. Als een magneet trekt de disco uitspanning hen overal vandaan. Zelfs van over de grens.

De zijtrap, die een scherpe bocht in het midden maakt met tussenplateau verbindt het beneden gelegen café met brede tap met de zo gewilde bovenetage waar je je in houten coupé achtige optrekjes met een dak afgezonderd waant. Afgeschreven tonnen met een dikke plak ruw hout erop. Groot genoeg om de vele liters brute pils te torsen omringd met hoge zwart houten krukken. Verblindend  discolicht highlight de overvolle dansvloer. Parren is wijd en zijd bekend. Wat zeg ik beroemd.

Ik ruik zijn mannelijkheid. Hij ademt sneller. Ik sta dicht tegen hem aan en voel zijn intens verlangen. Ik ben 15 maar lijk ouder. Ik schrik even. Hij merkt het niet.


There I was on a July morning looking for love with the strength of a new day dawning and the beautiful sun. At the sound of the first bird singing I was leaving for home with the storm and the night behind me and a road of my own. July Morning  - Uriah Heep


Door de speakers klinkt " I put a spell on you" .Ik sta alleen beneden aan de brede bar zie de camera's plots hangen. Alleen die ene fascineert me. Hij overziet het kale lege geasfalteerde perceel aan de linkerzijde naast het café. Ook de donkere hoek achterin.


Een gedeukte ijzeren emmer met houten handvat gevuld met aardappels. Haar geoefende handen schillen ze in rap tempo. Met de schil die symmetrisch rondgaat kun je zo een andere aardappel maken of bekleden. Later zal ze de meegebrachte hardkorrelig witte bloemkolen keurig verdelen in zout water tegen de grijsgroene vreetgrage rupsen. Druk becommentarieert oma opvoedkundige kwesties en worden de dorpsperikelen besproken met de vrouw des huizes die nieuwsgierig meehelpt.  De vrouw verliefd sinds jaren op de arme man die nu op sterven ligt gaat toch trouwen. Of die met die enorme lippen was ook vanochtend bij de bakker. Haar vent van niks! drinkt zich nog eens dood. Piet van Nettie van Sjef Kumpen gaat verbouwen. Dat aparte stel van de Trippaardstraat adopteert liefst twee kinderen uit een land ergens ver in Afrika welja. Gedoe hoor. Smeuiig dat helpt bij het vele aardappelschillen voor een gezin met 15 kinderen.


Hellevuur

Sirenes loeien onafgebroken. De man in witte schort verdwijnt uit het zicht. Achter de houten nostalgische frituurkeet grijpt het vuur koortsachtig om zich heen. Er heerst blinde paniek.  Blinkend metaal dat vanmiddag eerst vervaarlijk in de verzengende zon stond. Metershoge projectielen. Hij sjouwt ze met al zijn kracht weg. Hij snakt naar adem en hoest de rook uit zijn longen. 


Café Deneer

Twee gladde zwarte tredes op. De deur met verticale aluminium greep zwaait als vanzelf open. Ik val op. De geur van verschaald bier prikkelt mijn neusgaten. Donkere vloer met donkerrode accenten. Links van me slechts twee tafeltjes. Tafeltjes met vreselijk zittende stoeltjes vooral aan mijn rechterzijde. De zwarte krukken ogen hoog. Al ben ik wel vrij lang. Ik word zeven. Ik stap op de verhoging bij de langgerekte bar, zodat ze me zien. De uitbater in hoogst eigen persoon neemt het groene bankbiljet waarop 1000 gulden staat moeiteloos aan. Een pakje sigaretten voor de dame zeker zegt hij en telt het wisselgeld.


De kelder

De kelder oogt als alle kelders met kleine ramen aan de buitenkant vlak boven de zwarte straatkeien. Binnen is het kil. De sfeer is er om te snijden. Het jongetje met rode ogen en opgedroogde tranen huilt van binnen. Ik zie hem niet. Hij mij niet. Toch is er de wetenschap, iets dat waarschuwt, de inbreuk op iemands lichaam in zomaar een kelder. Ik focus op het geluid van de kasseien en geef de wind de schuĺd. Ik kijk niet naar de hoge gevel die haast gebogen tot mij spreekt. Gehaast drentel ik richting de Hoogstraat.


Oh, the heads that turn Make my back burn And those heads that turn make my back, make my back burn
The sparkle in your eyes keeps me alive and the sparkle in your eyes keeps me alive, keeps me alive 
The world and the world turns around

The world and the world, yeah

The world drags me down 
Oh, the heads that turn make my back burn and those heads that turn make my back, make my back burn, yeah


She Sells Sanctuary - The Cult


Maanfiets

Je krijgt van zo'n fiets alleen maar last van je rug. Hij zegt het alsof hij ervoor gestudeerd heeft en hij het resultaat van jarenlang onderzoek nu speciaal voor mij uit de doeken doet. Hij trekt daarbij een bloedserieus gezicht. De fietsenhandelaar kijkt neutraal. Onschuldig grijs bij de slapen. Grijs dat weldra zal gaan woekeren en de vermoeide blik in zijn smalle vale gezicht zal versterken. 


Die man die als een scheidsrechter tussen ons in staat. Ouder nu. Ik zie hem in herinnering de eerste fietsen plakken voor zijn garage, omgetoverd tot laat_hier_je_fiets_ repareren werkplek. Een nieuw scrabblewoord wellicht!?! Net 12 verkende ik de toen nog eentonige voornamelijk geelsteense nieuwbouw van het dorp waar ik eigenlijk weinig tot nooit kwam. Het was niet mijn wereld.  Enkele verveelde straatjongens op maanfietsjes met hoge sturen en banaanvormige zittingen tot achter hun hoofd zochten verpozing. 
Het fietsen plakken heeft hem geen windeieren gelegd. Vrij snel blijkt de voor de gelegenheid uitgebouwde garage te klein. Het bedrijf floreert. De kalme jaren zeventig zijn fijne weelderige jaren voor hem met een riant belegde boterham..

Hij staat tussen zijn enorme voorraad rijwielen en zijn blik dwaalt over sturen en fietsbellen reclameborden door de flink en smaakvol verbouwde showroom met hier en daar verstevigde pilaren die echter geenszins in de weg staan. Hij staart door de ramen die tot de grond reiken met aan de bovenzijde steeds een sierlijke boog en kijkt met de ogen van een klant naar binnen, waar zijn fietsen, zijn juweeltjes door de zorgvuldig gelapte ramen prijken. Zijn droom is daadwerkelijk uitgekomen. 


Ondubbelzinnig laat hij weten dat er geen andere optie is en dat ik die fijne sportieve mountainbike wel kan vergeten. We staan bij de fietsenzaak vol prachtige spiksplinternieuwe rossen. De een is nog prachtiger dan de andere met de nieuwste snufjes. Extra verend. Nóg meer versnellingen. Een nog beter zittend voorgevormd leren zadel en handvaten met slipvaste grip waarbij de speciale afdruk voor je vingers lijkt te getuigen van jarenlang fietsplezier. Ik kijk smekend of hij toch niet overstag gaat voor mijn ultieme wens een glimmend paarse supertrendy mountainbike met apart stoer stuur. Hij valt niet te verwurmen dat weet ik want ik ken hem van jongs af aan. Kwaadheid maakt zich van me meester. Godverdomme zo'n mooie kans om eindelijk iets smaakvols uit te zoeken en dan komt mijn vader met zulke belachelijke ouderwets truttige bezwaren. 


I want to ride my bicycle I want to ride it where I like You say black I say white You say bark I say bite You say shark I say hey man Jaws was never my scène and I don't like Star Wars You say Rolls I say Royce You say God give me a choice You say Lord I say Chris I don't believe in Peter Pan Frankenstein or Superman All I wanna do is. 
Bicycle bicycle bicycle I want to ride my bicycle bicycle bicycle Bicycle races are coming your way 

Bicycle Race - Queen


Die geelgoude zomer fiets ik naar de HAVO op het aller allerduurste model een Batavus S de Luxe met voorgevormde handvatten waar mijn vingers in passen. Alles perfect afgewerkt. Mijn wraak. Ik zie zo rechtop fietsend beduidend veel aan me voorbij komen. Witgekalkte tuinderskassen. Wijde landerijen. De door de ijstijd uitgeslepen dalen. Paden waar het grint zo aan de oppervlakte ligt. Knarst en wegspat onder zoevende wielen. De sluis bij Panheel vormt de voorbode voor de tweesprong bij Heel. Daarna volgt de prachtige bosrijke omgeving.  Door al die indrukken besef ik diep van binnen dat die fiets toch heel leuk is.


DEEL 5. ZWART FLUWEEL

De kamer ademt zwaar. Ik durf haast niet naar binnen te gaan. De akelige gifgeur neemt demonisch bezit van elk mens. Lijkwit lijkt hij een geest. De dood heeft hem in zijn klauwende ijzeren greep. Zacht raak ik de sprei aan waar de afdruk van zijn hand licht omhoog plooit en weer daalt. Had ik maar de kracht hem nieuw leven in te blazen. Een soort windvlaag die zich uit het niets manifesteert en even snel weer verdwijnt. Zijn gewelfde haren zijn nat bij de aanzet in de bleke nek. Op zijn onlangs nog donkerbruine voorhoofd druppelt angstzweet. Zijn fraai gewelfde mond is kurkdroog. Hij smakt en rolt ongedurig met zijn ogen. Hij ademt moeizamer. Hoe lang duurt dit. Het er bijna niet meer zijn. Het  afscheid.

Een verdieping lager strijkt ze vermoeid haar haren uit haar gezicht. Peinzend staart ze bewegingloos voor zich uit. Melancholische grijsgroene blinkende ogen. Waaraan denkt ze? Ze lijkt zo hopeloos. De  kersenboom verliest zijn spits donker glimmende blaadjes plots heel snel. Letterlijk gek van angst flitst het door haar brein. Nu zien ze me. Alsjeblieft lieve lieve kersenboom. Wanneer wordt het weer lente? 


Want je kunt niets zeker weten en alles gaat voorbij m
aar ik geloof. Ik geloof. Ik geloof De avond - Boudewijn de  Groot


Uit de slaapkamer klinkt monotoon gedempt stemgeluid. Het merendeel lange monologen uit haar mond. Dat hoor ik door de muren heen, omdat ik een scherp gehoor heb. Hij zegt bitter weinig. Murw en vast doodmoe. Hij houdt immens van haar. 


Juni 1976

Uit een andere dimensie klinkt  California dreamin'.

Ze slaakt een diepe zucht. De dag moet nog beginnen. Ze is al doodmoe. Zo moe is ze sinds lang niet meer geweest. Haar prachtig rode krulhaar lijkt dof nu. Zelfs de sproeten in haar hals die wijzen mistroostig richting haar borsten. Ze likt haar droge lippen nat. Voelt de barstjes. Haar tong glijdt een voor een langs haar tanden. Ze besluit de vieze smaak van de nacht weg te spoelen en begint ruw haar tanden te poetsen.


All the leaves are brown all the leaves are brown and the sky is grey and the sky is grey. I've been for a walk I've been for a walk on a winter's day. On a winter's day I'd be safe and warm I'd be safe and warm If I was in L.A  If I was in L.A. California dreamin California dream in on such a winter's day

California Dreamin -  Mamas & The Papas 


In de langzame hitte, dat zonnedeel waarin tijd het denken vertraagt tot een slepende naar de oppervlakte kruipende aardworm, overheerst slechts het geluid van de warm stalen vuurbol.

De zon persisteert urenlang dwingend als een op hol geslagen hoogoven. Met blote voeten loop ik over ongemakkelijke keien door de beklemmende nauwe steeg. In de verte knipoogt de vertrouwde spitse kerktoren met glimmende wijzerplaat. Het derde oog kijkt me aan en slaat 3 keer. Bij het latere La Ville Blanche manoeuvreer ik soepel met de bocht mee de helling af. Steeds weer drukken die verrotte puntige keien zich diep in de bal van mijn voet. Massage is lekker. Dit beslist niet. Aan het eind van de bomenrij die me licht ruisend begroet bereik ik de dijk. 

Via het uitgesleten pad klim ik omhoog met de breed gestreepte handdoek losjes over mijn schouder. Boven aangekomen strelen vochtige windvlagen mijn schouders en wangen. Synchroon met mijn langwerpige schaduw geprojecteerd op ultrazacht gras volg ik het ritme van de dijk. Onafscheidelijk dalen we samen af langs de steilere zijde met té lang, niet gemaaid gras om vervolgens languit te zonnebaden. Op mijn netvlies weerkaatsen luchtorakels.


There I was on a July morning looking for love with the strength of a new day dawning and the beautiful sun. At the sound of the first bird singing I was leaving for home. With the storm and the night behind me and a road of my own. With the day came the resolution. I'll be looking for you

July Morning - Uriah Heep


In de verte klieft een motorjacht de golven tot een uitdeinende V. Het water klotst vervaarlijk. Tot het bedaart en zich als een glad gestreken laken alleen voor mij opent. 

Voeten verdwijnen in spelonken. Hier en daar kriebelt iets tussen bruingroen wier. Krekels houden even hun adem in. Het water rimpelt. Het vervormt mijn handen en de rest van mijn deinende lichaam. Naarmate ik verder zwem voel ik de kilte die mij wil omarmen. Hier is het zeer diep waarschuwt het water dreigend. Ik keer om.

Na elke duik in het diep fluisterende likkende water druipt het sidderend langs mijn lichaam waar het venijnig enorme rotsblokken met bloedhete punten afstraft.


In restless dreams I walked alone

Narrow streets of cobblestone

‘Neath the halo of a streetlamp

I turned my collar to the cold and damp 

When my eyes were stabbed by the flash of a neon light that split the night and touched the sound of silence and in the naked light I saw ten thousand people, maybe more people talking without speaking. People hearing without listening. People writing songs that voices never share. No one dare disturb the sound of silence. Fools” said I, You do not know silence like a cancer grow. Hear my words that I might teach you. Take my arms that I might reach you. But my words like silent raindrops fell and echoed in the wells of silence

The sound of silence -Simon and Garfunkel


Gisteren was werkelijk weer het bewijs dat weet ze ook wel. Ze had de winkel annex pottenbakkersatelier bezocht. Trendy gebatikte jurken. Prachtige hangers uit alle werelddelen en wierookbranders en mysterieus kronkelende waterpijpen. Ze zag ze, maar wist even niet waartoe ze dienden. Het gaf ook niet. Ze was nu met haar gedachten bij de kleine hebbedingetjes, versierde ringen, kleine medaillons bungelend aan armbandjes, broches, Ibiza sandalen. Het leidde haar af. Ze voelde zich goed en liep het vintage blauwgrijze trapje op naar de andere kleurrijke verdieping. Vol met nog meer snuisterijen vazen en andere keramieke voorwerpen, houtbewerkte beelden en maskers en 2 kleine paskamers. Met bijna dezelfde lange gladde etnische print als ze op de enorme handgemaakte tafel met gedraaide poten met dierfiguren had zien liggen.


Ze had de jurk gekocht. Een eenvoudig gebroken bijna witte A-lijn maar daardoor prachtig gestyleerd exemplaar met enorme paarse cirkels met daarin een herhaling van iets zwarte kleinere, die elkaar nét niet raakten en daardoor op de ivoorkleurige achtergrond leken te dansen als hemellichamen in cirkels steeds weer. Zeer modieus. Was het wel geschikt voor haar? De verkoopster was laaiend enthousiast. Haar ogen en lach lichtten op toen zij ermee voor de spiegel stond. 


I was looking for love in the strangest places t
here wasn't a stone that I left unturned. I must have tried more than a thousand faces but not one was aware of the fire that burned in my heart. In my mind. In my soul

July Morning  - Uriah Heep


Ze zucht. Het in zachte pasteltinten barokachtig versierde kleine kruisje hing al aan de spijker bij de deur. Haar la in haar boudoir had ze gevuld met de sjaal. Het verfijnde brokaten tasje. De twee ringen. De een met een golf die eindigde in een spitsere punt. De ander met een vlammend aantrekkelijke steen. Verder de ketting met fluwelen band en grote witte parel. De zonnebril en veel veel meer. Het gaf haar even het waanzinnig fijne gevoel dat ze danste terwijl de zon alléén voor haar scheen. 


Tears are running.

Running down your breast

Somebody to love  -Jefferson Airplane


De daaropvolgende nacht bekruipt haar een hogere beklemmende macht. De zwarte fluwelen schaduw dwingt haar ogen neer te slaan. Verlamt armen en benen. Een ijskoude ijzeren greep knijpt hart en keel onnodig wreed dicht. Het is er en verlaat haar nooit. Glasklokjes die steeds harder tinkelen. Haar hoofd tolt. Ze ademt tegelijkertijd schoonheid en waanzin. 

Morgen zal het anders zijn. Zal de zwarte schaduw zich verstoppen in zijn gestreepte toverkist? Wijken van haar zij. Haar met rust laten.


De volgende ochtend ziet ze zichzelf drie keer over de gewelfde rand van haar bed in haar driedelige kapspiegel. Drie maal. Steeds anders. Ze lijkt verwelkt. Zo jong nog 37 en zo oud al met uitgebluste doffe nietszeggende ogen. Op wie maakt ze nog indruk? Ze ziet zelf niet eens wat er in haar omgaat. Alles is vlak. Geen ruw onbeschaafd randje te bekennen. Volledig vlak. Geen deining. Stilte voor een storm die telkens in haar woedt. Opkomend uit het niets. Vanuit stilstand. Als een mitrailleur. 


Ze is nu al bang alsof ze plotsing voorover helt bij het spuitend spattende water van een immense waterval. Beneveld. Geveld. Ze snuift diep haar eigen angstgeur op. Haar hoofd verdwijnt langzaam onder het dunne geborduurde laken.  De zacht glooiende sprei glijdt op de grond. 


Don't you want somebody to love. Don't you need somebody to love. Wouldn't you love somebody to live. You better find somebody to love

Somebody to love  -Jefferson Airplane


Top hoor die zware zwarte bril! Waanzinnig. Het is Ad Visser. Hij straalt gewoon muziek uit. Even chillen heet dat nu. Intens genieten iedere volle minuut en dat 60 keer achter elkaar. Een keer per week met mondjesmaat om het extra speciaal te houden voor de op pop beluste jeugd. Penny jaagt ondertussen zwierend in wuivend kleurige stroken de geesten weg met haar ravenzwarte venusachtig godinnenhaar tot over haar billen straalt ze liefde en sensualiteit uit. Zo overtreft ze de frisse wind blazende machine, zelfs Mariska Veres.

Jaagt ze ook de boze geesten weg? De kille stikstofadem van de dood?

De grond is onverhard met hier en daar een onregelmatige plas water. Modder vermengd met grint. Een grote zinken teil. Een schuur met een afbrokkelende verveloze poort die  open staat. Gedempt licht stroomt naar binnen. Gevaarlijk verlicht het de haaientanden van een cirkelzaag met houten ombouw. Tegen de buitenmuur leunen immens lange houten planken.

Een ongekamde hond met licht grijs rastahaar dat aan beide zijden van de ketting in zijn nek piekt monstert behoedzaam de voorbij snellende doorvoede rat. Onder een gekalkt betonnen plafond konijnen in hokken. Pluizig als bonbons in crêpepapier schokken de pas geborenen blind naast en over elkaar.



DEEL 6.  STROHALM


Het klinkt als een oud kinderliedje. Opa neuriet, terwijl hij af en toe tevreden intense trekjes neemt van zijn aromatisch geurende bolknak. Voorover gebogen, met de kin op tafel, zit een vaal oud spichtig vrouwtje met grijze haren in een ouderwetse knot. Hier en daar nog een zwarte streng van haar jeugd. De gebloemde jurk is haar veel te groot. Ze lijkt te slapen ondanks de ongemakkelijke houding. 


Ernaast zit een opgeblazen man met rood pokdalig kaal hoofd en donkere vochtplekken onder zijn oksels voor zich uit te blazen. Zijn buik dreigt elk moment uit zijn knellend overhemd en hoog opgetrokken broek met raar zittende bretels te spatten. De iele knopen hebben het zwaar.  


Ze hebben een gemeenschappelijke factor. Hun hersens zijn af en toe niet meer zo scherp.  Aan het hoofd van de tafel zit mijn opa. Imposant en overtuigend nors kijkend. Even kijkt hij  kinderlijk vrolijk zelfs, want zegt hij. Hij heeft gisteren zoveel avonturen beleefd ver van hier. Hij heeft daadwerkelijk gewandeld. Steeds dezelfde rondjes in de grote donkergroene tuin met veel dicht struikgewas en geasfalteerde kronkelende paden die hier en daar aan een open plek gazon grenzen met een gezellig rustbankje langszij. Hij is dement. Evenals de anderen gaat hij nooit meer naar huis. Barbara noemt hij mij naar zijn dochter. Maar ik ben Leeuwtje. Het veel jongere nichtje, zijn kleindochter. Samenzweerderig kijkt hij me aan en benadrukt elk woord terwijl hij mij zijn diepste geheim toevertrouwt: Ik heb NIETS met die gekken hier te maken! Daarna zwijgt hij theatraal.


Na de zoveelste aanval waarbij hij oma als een sumo worstelaar uit bed werpt door pontificaal het gestreepte zware veren dek onder haar vandaan te trekken waarop ze hem steeds alle ruimte gunt.  Slechts de uiterste dunne koude rand is voor haar. Vele jaren lang. Na zijn helse daad heeft hij haar de godganselijke nacht de huid vol gescholden. Door steeds te dreigen met zijn forse lichaam is de maat nu vol. Meer dan vol. De auto waarin hij net niet de gestoffeerde grijze velours ronding van het dak raakt is al onderweg met hem. Beteuterd als een betrapte schooljongen kijkt hij strak voor zich uit. Niet wetend waar hij terechtkomt of zelfs waar hij heen gaat. Het bordje met de plaatsnaam Horn doemt op.


Maar waar jij gaat zijn zon en maan gelijk. De kleinste bloem is daar als de hoogste eik en alle koningen en kinderen zijn daar gelijk.   Zo zal het  zijn - Rob de Nijs


Explosief is hij al zijn hele leven. Zware onweersbuien, die nooit lijken weg te trekken. Slachtoffers makend onder de boeren op de open onbeschermde velden. Onweer dat steden en dorpen opzuigt als een donkere smachtende kracht. Door elkaar schudt en vrouwen gek van angst laat wegduiken onder tafels.

Wanneer hij zijn strooien hoed opzet op weg naar het veld op zijn  verzwaarde zwarte herenfiets voelt hij zich kalm. Dan is hij in zijn element onder de verstikkende zon met een strohalm in zijn mond als sigaar.  Ultieme rust en vrijheid. Geen wanklank. Met de thermosfles in zijn hand denkt hij aan zijn verre, steeds zichtbaardere, haast tastbare jeugd. Zacht neuriet een lied.


Til forever on it goes through the circle, fast and slow. I know.  It can't stop I wonder. Have you ever seen the rain - Creedence Clearwater Revival


Hij weet niet beter totdat zij verschijnt in zijn leven. Zijn prachtige volle Rubensvrouw met pronte borsten, het dikste ravenzwarte haar lokte hem van de velden met haar prachtige perzikkleur. Dagen gevuld vol puur geluk. Daarna leegte. Hij bleef alleen achter. Eenzaam noest arbeidend op het land. Verjaagd uit het dode huis. Als een hondsdolle hond nachtenlang gravend in de warme duistere aarde snuift hij haar geur op van brood en vanille die ze liet dobberen in flinke inmaakpotten gevuld met peren of perziken. De geur van bloeiende jasmijn die in haar bruidsboeket verwerkt zat. Hij mist haar in alles wat hij doet. Soms doemt ze op uit de mist als een heldere hoopgevende vonk en verdwijnt ze weer in een alcoholische waas. Vaak resoneert haar fluwelen stem. Totdat haar engelachtige glimlach allengs vervaagt. De aarde wist haar blijvend uit.

Bingo de kaart is vol. Bij de wekelijkse bingo steevast op donderdag wint ze eerst een pakket met tweekleurige handdoeken en  bijbehorende blauw witte washandjes. Bij de volgende volle kaart een pak DE koffie. Maar nu heeft ze iets wat echt de moeite waard is van die vele rijtjes vullen. Een mixer. Die komt goed van pas. Daar doet ze het voor. De kletsende vrouwen en een enkele man kijken haar nu brutaal en vooral afgunstig aan, want het is haar derde keer. Dat heeft zij weer. Zij is beslist de geluksvogel vanavond. Als iemand haar vraagt hoe ze haar tijd vult krijg je steevast te horen: bingo, tuin, fietsen, bezoekjes aan de dochter van de bakker uit Ittervoort waar zij heel vroeger hulp in de huishouding was en die zelf inmiddels bevallen is van 15 gezonde kinderen. De oudste twee zijn al het huis uit. Een nozem helpt elk jaar met Pinkpop en voedt zijn kinderen "alternatief"  en vooral vrij op.  Verder somt ze de uitstapjes van de Zonnebloem met vriendinnen op, brood en vlaaien bakken, verjaardagen, aardappels schillen, fruit en groente inmaken en tv kijken. Ze heeft immers volop tijd. Stelselmatig verzwijgt ze dat ze haar overheersende man jaren geleden aan dementie overleed in het sanatorium in Horn. En dat zij toen pas proefde hoe  vrijheid voelde. 

Gokken, vooral gelukzalig winnen zit haar in het bloed. Ooit kocht ze een lot van de plaatselijke voetbalvereniging dat kwijt raakte in de tijd. Ergens belandde in de ingebouwde volle kast in de nis met daarnaast de onontbeerlijke kachel. Toen bleek dat het winnende lot was gevallen maar nog steeds niet opgehaald, doorzocht de gehele familie oeverloos het vertrek. Tenslotte slaagden ze erin het lot te traceren. Het lag gewoon in de schuifkast achterin de donkere nis onder een lege botervloot en nu staat hij te glimmen. Haar gewonnen kleurentv. 

De boerenzwaluwen scheren met hun zwaluwstaarten pijlsnel over zijn zojuist ontblote hoofd. Alleen loopt hij de lege ruimte in. Met een vermoeid gebaar legt hij zijn strohoed op tafel. Hij loopt expres niet naar zijn slaapkamer waar nu rouw heerst en zij hem steevast aankijkt. Hij ziet haar weer lachend koken en denkt terug aan hun prille ontmoeting tussen klaver en goudsbloemen. Hun warme hunkerende lichamen op de hooizolder, in de keuken en in bed. Het is tijd. Tijd dat hij iemand voor het huishouden zoekt.  Met veel landerijen is hij rijk voor die tijd. Maar zijn harde natuur houdt belangstellenden ver. Toch komt uit het nabij gelegen Neeritter een onverschrokken vrouw. Eerst hulp bij de bakker in Ittervoort. Die ouder lijkt dan ze daadwerkelijk is door haar vroeggrijze haar.  Ach ze lijkt hem een aanpakker. Zo geschiedt het. Zij poetst zijn huis en hij is tevreden. Weldra kookt ze ook voor hem en weten beiden niet anders.


Zij zijn nu getrouwd. De foto met de vrouw met dik zwart haar en flink postuur staat nog op de slaapkamerkast. De kast die de ravenzwarte vrouw eerst altijd netjes heeft gepoetst en die nu van haar is en die zij vervolgens opblinkt met boenwas. Al het bruin houten meubilair van die tijd. De schilderijen, de lampen aan het plafond. De enorme hammen in de hoge nis die zorgen voor dik beleg op het zelfgebakken brood. Zelfs de borden en de rest van het goudomrande servies zijn gebleven. Tot aan de bloemen in de vaas toe die uit de kleurrijke boeren moestuin komen die nu van haar is. Hier is haar plek.


All you ever gotta do is to is be a good man One time to one woman!

Cry baby - Janis Joplin 

De ijverige bakker in Ittervoort is zoals gewoonlijk vroeg op. Klokslag 4 uur slaat het in de toren van het ernaast gelegen maagdelijk witte kerkje. Dat is hét teken voor hem dat zijn broden- en taarten bakdag begint. Eerst neemt hij een hap van een dikke plak wit knipbrood met roomboter en ham. Vervolgens een met hagelslag van het zelfde knip. Voor de dunne krant maakt hij pas vanavond tijd.  Al die trendy verschillende bruine knisperbroden vindt hij maar niks. Hij bijt er zelfs zijn dure gebit op stuk. Als een schoenmaker blijft hij bij zijn knip. Nog een kop vers gezette koffie die zoals gewoonlijk door de licht vervormde plastic filterhouder sijpelt in de smoezelige thermoskan. Hij is zover. De kinderen liggen nog in bed en worden later een voor een gewekt door de jonge hulp met weerbarstig al grijzend haar.  Cato dient nog een volle week tot ze verkast naar het aangrenzende dorp. Tot zijn verbazing heeft ze razendsnel een baan als hulp in de huishouding aangenomen bij een welvarende rossige weduwnaar in het aangrenzende dorp. De jonge voortvarende boer heeft kort geleden zijn vrouw verloren.

Nou maar zien dat ze het daar redt. Ondertussen mengt hij het gezeefde meel, boter, boereneieren en gist en voegt als laatste water toe in grote mengbakken. Klaar om de kleverige massa met zijn handen te beroeren en een huwelijk te vormen waarbij uiteindelijk hun schoonheid blijkt door krokant te klanten te verleiden. De volop loeiende ovens verspreiden al een zoet bakaroma. Ze kan in elk geval heerlijk bakken. Dat heeft zij toch maar van hem geleerd.


DEEL. 7.   DE OVERZIJDE


In a tree by the brook t
here's a songbird who sings,sometimes all of our thoughts are misgiven. Oh, it makes me wonder.

Led ZEPPELIN - Stairway to Heaven


De uiterst sereen gelegen witte villa " De Kleine Hegge" met verrassende hoeken en oplichtende uitnodigende raampartijen baadt als een juweel in het zonlicht. Omzoomd door een vriendelijk groen geurende oase knipoogt het naar haar schuin tegenover haar gelegen grote statige broer "De Grote Hegge". "De Kleine Hegge" is beslist niet minder fraai. Juist charmant petite.

Dear lady can you hear the wind blow and did you know your stairway lies on the whispering wind LED ZEPPELIN - Stairway to Heaven

Jeth haar familie is niet onbemiddeld. Laten we zeggen welgesteld. Beweeglijk ranke Jeth draagt blij lang golvend donker haar, dat haar zuidelijke komaf verraadt. 

Alerte vriendelijk zoekende ogen met zware lange sexy wimpers overdekt, schitteren als edelstenen die het licht steeds weerkaatsen en elk detail minutieus in zich opnemen. 

Ze is wat je noemt super intelligent. Mooie pasjes met daarbij goed gekozen fijne tasjes. Een uiterst gesoigneerde aantrekkelijke Mademoiselle.

Jethje van " de Kleine Hegge" kijkt ons verwilderd aan. Haar getaande ingevallen gezicht, smoezelig met smalle rode couperosewangetjes met daarin grote angstogen gebed. Haar verfomfaaide doffe haren lijken eindeloos getoupeerd. Daarna nooit meer aangeraakt te zijn door mensenhanden. Alleen aangeraakt door ondoordringbaar stekelig struikgewas. Een muf kussen en vieze dekens.

Haar besmeurde kleren, hier en daar gescheurd zijn getuigen van wat drank en eenzaamheid uiteindelijk aanrichten. Al eerder dook ze uit het niets op voor onschuldige wandelaars op als een getormenteerde geestverschijning. Wild gebarend springt ze dan waarschuwend heen en weer. Steeds vanuit een andere onvermoede plek, waar alleen zij kan komen.

In een glimp vang ik contouren op van een ooit witte muur, behorend bij een ooit fijn huis. Een ongeopend vergeten cadeau verscholen achter hoge ondoordringbare meidoorn en braam. Woest woekert klimop, wild geurt bedwelmende boskamperfoelie. In die hermetisch afgesloten wildernis vegeteert excentrieke Jethje, die gewend is zich te verschuilen. Deuren en luiken klapperen. De gealarmeerde luiken donker van de vette spinnen en hun webben bespieden ons vanuit haar vervallen fort. Fel klinkt plotseling een kattengil. We schieten luid gillend blindelings alle kanten op, wanneer de afschrikwekkende gedaante als een poltergeist onze kant op komt. Als een bom die dreigt af te gaan, bonkt en klopt ons lijf.

Jethje van " de Kleine Hegge". Kwetsbaarder na elke tussenpoos. Telkens meer gerimpeld, meer gebogen. We komen elkaar sporadisch tegen op het verlaten spookachtige zijlaantje net buiten het dorp dat haar lijkt op te slokken.

De grootste kans om haar te zien maak ik als Jethje tijdens sprankjes van helderheid heel kort de krap bemeten winkel pal tegenover ons huis bezoekt. Om daarna, als een dwaalgeest terug te keren met haar geliefde wijn. Die ze stevig omklemt. Terug naar gelukkigere tijden als een woestijnroos in de lente.

Ik herinner me vooral haar nerveuze hulpeloze oogopslag. Haar licht krakende stem. Hoe vriendelijk beleefd, doch kort ze sprak. Bang van de immense wereld die ze eens omarmde.


I have my freedom but I don't have much time. Faith has been broken tears must be cried. Let's do some living after we'll die

Wild horses - Rolling Stones


There's a feeling I get when I look to the West and my spirit is crying for leaving LED ZEPPELIN - Stairway to Heaven

Schappen met aan drie zijden schoonmaakmiddel, schuursponsjes, Pickwick thee, Douwe Egberts koffie. Vele soorten koekjes, potten confiture, chocopasta,  Venz hagelslag, Pleegzuster Bloedwijn. Op de grond XXL pakken waspoeder en opeen gestapelde beugelflessen mierzoete cranberry kleurige Exota limonade gazeuse. Daarnaast donkergroen met hip Seven Up logo. De attente zwartharige winkelbediende met geföhnd page kapsel  kan er maar net tussendoor om bij te vullen. Achter de kassa tegen de muur liggen pakjes sigaretten uitnodigend uitgestald. De Marlborough man voorop. Pittig blonde Bellinda ernaast.

Er is zelfs plek voor een vitrine met zuivel en vleeswaren. Vuurrode zuurstokken, vleeskleurige spekken, grote toverballen, dropveters achter glas in keurige schuin aflopende houten laatjes. Kaas wordt van het stuk op prachtig dubbelglad papier gesneden vlak voor mijn neus. Enorme plakken op een metalen weegschaal met prikkende wijzers die j ervan verzekeren dat het gewicht wel degelijk klopt. Ik steek iniddels al een eind boven de toonbank uit. 


Familie X.
Het aanrecht en de tafel in de keuken staan vol vaat. Halfvolle pakken melk. Borden gedeeltelijk bedekt met een dun laagje hagelslag en harde randjes kaas. De wasmand puilt uit naast de strijktafel. Het is ook veel al die kinderen in het gareel te krijgen. Zelfs voor een getrainde gezinshulp met keurig witte schort.

De groengrijze velours bank voelt zacht aan. In de kamer ernaast ben ik op visite en kijk geboeid in het likkende blauwe vuur met flakkerend gele uiteinden naar de dans achter speciaal glas. Erachter verschroei je. 
Achter mij hoor ik een donkere mannenstem. Ik weet een ding zeker. Er is géén man in dit huis achter me. Ik draai me om. Gerustgesteld kijk ik weer naar het op en neergaande spel van de vurige vlammen. Weer hoor ik een man. Nu kijk ik sneller achterom.
Gefascineerd leest ze een boek aan tafel. Een zwaar demonisch geluid lijkt ongemerkt haar lippen te openen. Ontsnapt angstaanjagend. Marilla ziet mijn verbazing. Herstelt zich en plots breekt er een glimlach door en vraagt ze honderduit. Ze is mooi evenals haar kinderen die meer op haar lijken en interessant. Dat weet ze. De warmte van het vuur is even tussen ons nu. Zij voelt het ook. Ik koester de warmte. 
Haar hele leven is weggedrukt in een klam bedrukkend tehuis in Venray. Vele jaren van haar leven. Vervlogen met de trekvogels in de zich aandienende herfst. De rusteloosheid die blijft. 


Luister duisternis mijn vriend waaraan heb ik het verdien d
at ik telkens in mijn dromen dezelfde angst moet tegenkomen en het visioen dat mij bedreigt en ik iedere nacht weer verwacht met het geluid van stilte. 

Het geluid van stilte - Boudewijn de Groot


Hoeveel pillen poeders en gesprekken er ook volgen. De stemmen klinken juist vertrouwd na al die jaren. Ze horen onlosmakelijk bij haar. En zij bij hun. Hoeveel jaren heeft ze haar mooie kinderen niet gezien. Nu zijn ze groot. De laatste keer lag de jongste nog in de wieg. Speels likkende vlammen laten donkere schaduwen na op haar gezicht. Ze is voorgoed thuis en moet het zelf zien te rooien. Een gek gevoel besluipt haar.

Vreemd dat ik het nu pas weet dat stilte in mijn hersens vreet. Het geluid van stilte - Boudewijn de Groot


De kinderen van familie X


Haar altijd felrood vrolijk gelakte tenen kijken haar nu echt droevig aan. Ze wrijft over haar pijnlijke been. De afdaling leek goed te gaan maar werd een afgang. Dit is haar herinnering. Haar bitter smakend souvenir aan haar stage in Zwitserland. Twee botbreuken. Open nog wel die haar nooit tot stil staan dwongen maar juist opzweepten.Ze neemt zoals gebruikelijk klantgericht de bestelling op. Het oudere jong ogende echtpaar de 60 naderend. Kijkt elkaar tevreden aan. Wat een schat van een serveerster. Zo attent zo naturel. Zo behendig. Zo dynamisch. Zo mooi ook. Veelbelovend. Onvermoeibaar loopt ze ’s ochtends in alle vroegte. Wanneer de pauwhanen nog in elkaar gedoken zitten tot laat in de opslurpende nachten. Ze neemt het glas en houdt het tegen het licht en poetst het met een schone doek nog glanzender. 
De smetteloze aantrekkelijke receptioniste knikt vriendelijk beleefd naar haar. Met een knipoog antwoordt ze. Ze is al bij de trap om een verwaaid uitziende verdwaalde hotelgast met strenge bril en stijve attachékoffer de weg te wijzen. Achter de strengheid van de bril schuilt  opgewektheid. Hij lijkt zo minder verwaaid. 


Haar vermoeide lichaam verbiedt haar te bewegen. De pijn wordt geblokkeerd door haar hersenen. De maan verdwijnt achter de zoveelste wolk als zij de pijnscheut haar stramme been voelt doorklieven. 


Yeah but in your head baby I'm. afraid you don't kno


LATER LIEF

Halmen wuiven transcendent en verdwijnen uit het zicht. Onverwacht dat ene rood gloeiende levende wonder.  

Ze steekt de straat over. De uitgesleten keien die ze eerst vervloekte. Later lief had. Het kwam door die ene. Die plots opdoemende man boordevol van alles, vooral liefde.

De kinderlijke vreugde van iets tastbaars. Iets wat vroeger laat herleven valt te lezen in mijn ogen. Ze is inmiddels bij haar paradijsje, waar menige fotograferende Thorntoerist in hartje zomer brutaal de rust verstoort. De tuin staat boordevol. Sierlijk hangen klokvormige opzwellende Engelentrompetten over kuipen. Elk jaar bloeien ze voller en trotseren ze met gemak de brandende zon. De oranjerie, haar kas beschut ze tijdens de winter. Zoekend kijkt ze me aan. De stijfheid van vroeger is onherroepelijk terug. Het voelt ongemakkelijk voor ons beiden. Gescand te worden en niet herkend. Hakkelend vormen haar tong en lippen na een korte stilte mijn naam.

In de oplaaiende duisternis van de smidse is het heet. Alles lijkt van gloeiend staal. Hij bestijgt de paar betonnen traptreden. Zijn vuurvaste handen openen de verhoogde deur naar de kleine ruimte erachter. Achterin in het tweede met glas afgescheiden gedeelte is de voorkamer gesitueerd. Er hangen mooie wijkende gordijnen. Door de plantenweelde kijkt hij gelijk op de geplaveide straat. Aan de overzijde woonde tot voor kort de door hem zo gewaardeerde kunstenaar die hem andere werelden, inzichten toonde. Hij mist de gesprekken. Zijn filosofische inborst.  Zijn kalmte. Zon weerkaatst de gladde keien. 

Ze staat onbeweeglijk voor het fornuis. Geen snelle handelingen of vrolijke kwinkslagen. Geen schallende lach boven de keukentafel met noest ingelijst borduurwerk die de compacte eenvoudige nette keuken vult. Ze staart naar het ploppende griesmeel dat dreigend uit de pan sputtert. Snel grist hij de hete pan van het vuur en roert zelf. Hij neemt haar hand en samen zitten ze zwijgend naast elkaar. Het elkaar begrijpen hangt als een bruidssluier om hen heen. Hij begrijpt haar denken, haar vloeiend verdwijnen, haar nevels.

Het glazen tuinhuis vol potten met jonge en oudere stekken. De volle tomaten reikend naar de hemel smeken geplukt te worden. De rijk gevulde kas wacht op haar dagelijkse rituelen. Op de seconde af weten de courgettes wanneer ze hun keurt.

Op de seconde klokt de auto uit voor wekelijkse bezoeken aan het dromerige Montfort. De bakker kent de weinig opsmukvrouw. Zij kent hem en zijn broden.

Blond, spichtig, ondeugend. Zij zorgt voor de schavuit. Haar moederlijke gevoelens verdrijven de eenzaamheid, wanneer ze onophoudelijk wast, dweilt en de diepe hoeken van de glimmend houten kast stoft in de ouderlijke woonkamer. Hier is ze opgegroeid. Hier wordt ze oud. Net als haar zieke moeder liggend op een schapenvacht die ze op de andere zijde draait in de krappe slaapkamer ernaast waar altijd een schaduw valt. Alsof een ransuil met zijn klapperende vleugels het zonlicht verspert. De lichtste mooie voorkamer blijft ongebruikt. Een gestileerde ansichtkaart van een toevluchtsoord aan de voorzijde waar je niet komt. De voordeur gaat uitsluitend wijd open en even later gelijk weer dicht voor een foto tijdens de vele bruiloften. Haar leven speelt zich achter af en door dagelijks te helpen in het klooster. Bij het vallen van de nacht als de maan wit vlamt loopt ze soms op haar tenen naar buiten. Een geisha, elegant lichtgevend onder de kersenboom. De cactussen, die star uitkijken op rijen seinende afrikaantjes langs de oprit met het stijve hek bespottend. 

Het wasbord in de grauwe bijkeuken boven de eikenhouten wastobbe doet nog dienst. De pomp in de keuken laat water uit diepe aardlagen vloeien. Tot alles verandert. Alles wordt gemoderniseerd. Een keukenkraan, betegeld toilet, een wonderlijke tijdsbesparende wasmachine. Toch voelt ze de monsterende blik van de pop naast de gedateerde radio boven in de hoek op de brede plank.

De hoeven van het dampend Friese paard zijn opnieuw beslagen met hulp van zijn vriend die hem wel vaker even helpt. Voor hem smeedt hij momenteel de sierlijke poort extra snel.

Peter is zich van geen kwaad bewust wanneer hij hem vraagt mee te gaan  Hij is dan wel geen smid. Maar het plan dat hij gesmeed heeft werkt. Hij kijkt oplettend toe wanneer de twee vrijgezellen bij hun eerste ontmoeting eerst een voorzichtige dan brede lach uitwisselen.

Weg cactussen, geschrobde oprit, wapperende lakens en openlijk meewarige blikken. Een sprong in stalen armen. Jarenlange dromen vol verlangen, die bruidstaart en jubelende vogels bedekt met juwelen onder haar flatteuze bruidshoed brengen. Een opvlammend vuur heter dan het vuur in de smederij. Vuriger dan de vlammend zingende ovens in de steenfabriek, vlakbij de naderende  grintgaten. 

Tussen loodzware kleurrijke trompetvormige kuipplanten, arbeid van jaren, staat die ene papaver. De zaaddoos gevuld met zaden barst open. Komend voorjaar ontkiemt nieuw gul leven. Rood de kleur van de liefde.



BIJDEHAND


Hij grijpt haar arm. Kom we gaan. Ergens waar jij nog niet bent geweest. Wedden! De zon doet zijn uiterste best nog wat verlate zomerwarmte af te geven. Op zijn  donkergrijze t- shirt kijkt een blonde vrouw haar nieuwsgierig aan. Het bierblik gaat integraal op in de print.

"Je wandelt nooit meer. Toen we elkaar pas kenden wilde je gelijk weg." Heerlijk genieten van speels tollende strandluchten, zon die zich om je wentelt, woelen tussen verblindend zand. Bramen plukken tot laat in het seizoen. " Er zijn nu geen bramen meer dus wtf. Jawel joh. Er zijn altijd late onontdek te bramen. Speciaal voor ons."

Met gestage pas doorkruist hij het uiterst groene park met uitgestrekte forellenvijver. Even daarvoor smeekte hij haar nog zwalkend niet weg te gaan. Aan de rand op de oever wisselen plukken lisdodde en afgewaaide takken elkaar af met daartussen een meerkoet en een afgedankte campingstoel. Rijen voorover gebogen fietsers kijken verbaasd achterom hoe hij het hele fietspad als een beginnend skater in beslag neemt.

Na een ratjetoe van bont ogende woonwagens en aanbouwsels volgt een scherpe bocht. Dan een smal weggetje. Terwijl hij het infobord nadert ziet ze hoe hij geniet. Verderop hangen enkele peren aan een armetierig boompje. Ze raapt een flinke tak tussen het malse gras vandaan. Hij slaat als een volleerd honkballer de laatste groene helden van de takken. Triomfantelijk echood: "Lekker hoor biologische peertjes. Puur natuur." "Kom. Loop achter me aan. Nee niet die kant op. Zo hoor je een bijenkas te benaderen." Ze volgt behendig. Nauwelijks zichtbare kuilen onder het nu weelderige gras ontwijkend.

Hij kijkt haar met strakke blik aan. Door de opgetrokken wenkbrauwen is zijn grimas clownesk. In een wenk tovert ze haar mobiel tevoorschijn. Tijdens vakantie, net 7, had opa haar zijn bijenvolk getoond vóór het kippenhok met een enorme kersenboom door het lage dak. Het bollend puntig groen van het bladerdak als een luchtballon volgepropt met dieppaarse vlezige morellen.

Toen opa de raat vol honing eruit haalde, had ze eerst alleen op opa gelet en was ze net als hem heel kalm gebleven. Nu zag ze bijna hetzelfde tafereel voor zich ontvouwen. Vlijtige bijen die behendig onder in en uit de kast vlogen. Ongehinderd leek het want de man tilde nu nauwlettend de tegel die de deksel verzwaarde op. Aan de binnenkant  ontelbaar dicht op elkaar krioelende donkerbruine bijna zwarte lijfjes. Geen een heldergeel, constateerde ze tot haar verbazing, terwijl ze ternauwernood een foto maakte. Want de deksel sloot in vreemdsoortige vertraging resoluut het bijenverblijf af. Woest verstoorde bijen die als een strak geregisseerd doodseskader bloeddorstig aanvielen. Keiharde duik vluchten op onbescherme hoofdhuid

In volle vaart hollen ze beiden van de onheilsplek vandaan. Alles in haar resoneert. Sla ze finaal van je af. Bedwing deze razernij. Buiten adem bereiken ze het fietspad, terwijl het gigantische stereogeraas goddank afneemt.

Met ontbloot bovenlijf zwaait hij zijn shirt als een rotor boven zijn lijkbleke gezicht. Wat een krengen. Heel heftig, beaamt ze. Een agressieve donkere soort. Zijn gezicht vertoont toenemend witte bulten met rood aan de randen en in het midden pontificaal de angels. Ze verwijdert de venijnige haakjes. Zuigt de huid vacuum. Spuugt het gif uit. Terwijl hij zwaar toegetakeld toekijkt.

"Ik ben nog nooit zo vaak gestoken in al die tijd dat ik met bijen werk. Morgen ga ik ze uitroken." De volgende ochtend is zijn rechterhand mega opgezet en op de vraag gaan we wandelen, we hebben lang niet alles gezien van de omgeving in de buurt van de bijen, antwoordt hij. "Ik heb daar niets te zoeken."


EXTASE ~ OVERLOAD

Een laagje maagdelijk rijp rondom de wimperranden. Het lichaam ijlt. Voorover gebogen zwijgt het. Zijgt achterover. Zweet weeft fijne parels.  Miraculeuze dromen overspoelen de stilte. Je bent niet bang. Eigenlijk ben je nooit bang, verkondig je maar al te vaak. Ik denk dat je het geregeld hardop zegt om calculerend je doodsangst de baas te blijven. En nu met gesloten, dan weer half geloken ogen zwijg je als het graf.  Je krijtwit gewichtloos gelaat zoekt naar taal. Naar lettergrepen, naar klanken die na jou resoneren in de winterkou. In ver Alaska. Je kunt jezelf niet met taal verslaan. Je zijgt neer, zwijgt. Gisteren danste je. 


DE VLINDER STRIJKT NEER


Het is windstil  

Onzichtbare kikkers kwaken

Ogenschijnlijk lossen breeduit

cirkelende luchtbellen op


In die goddelijke kalmte schieten

kikkervisjes wild alle kanten op

Vlinders

zie ik

voel ik


De late lome namiddagzon is getuige 

ze ruist mee met de schaduwen der woudreuzen

Voluptueuze bloesemregen bezaait subtiel

oplichtende aarde met bruidsboeket

 

Vlinders

zie ik

voel ik

Ik ben de bruid en peins

want in gedachten

zijn we één


De gulle bloesem zaait zich

wuivend uit

Rijpe zaden over goudgele paden

Vervaag niet

Steeds worden we naar

elkaar toe getrokken

 

Ik voel jou meer dan ooit 

Paradijsvogels zie ik voel ik

Verrijking vreemd zoetgevooisd

wild verrukt verlangen 


Als een zwoele mimosabries

raakt jouw hunkerende

levensadem mijn lippen 

De vlinder strijkt neer


Ongekende tederheid

wanneer ik me tooi met

bruidsboeket en madelief

me vlei nabij


MIMOSA    


VLINDER


STRIJK NEER



 

DEEL 8.        ZONNEGLOED

Ken je dat land? Mijn allerliefste met zijn hemel van kristal

Ken je dat land? - Boudewijn de Groot

Het hele dorp loopt uit voor de Processie. Harmonieuze ranke klanken van de plaatselijke Harmonie ebben weg. Onverstoorbaar volgt de zwaarlijvige pastoor gehuld in kanten habijt met halfdicht geknepen ogen de stoet. Onder zijn zware oogleden scant hij alles. Het beeld van de heilige Maria Onze Lieve Vrouw van Loreto wordt prominent in de hoogte geheven. Ze tekent prachtig af tegen de onmetelijk blauwpaarse lucht. Sterke mannen armen torsen en tonen haar. De hemel lijkt kristal. Zelfs de grootste godsdiensthater raakt ontroerd.

Don't you want somebody to love. Don't you need somebody to love. Wouldn't you love somebody to live. You better find somebody to love Somebody to love - Jefferson Airplane

Iedereen schenkt ze haar lieve glimlach vol vergeving. Haar gulle gaven. Haar geneeskracht. Alle zonden van de wereld vervagen tot het mooie prevaleert. De naakte waarheid. Sinds mensenheugnis bestaat ze. De godin van de liefde.

Muzikanten scharen zich achter haar. Oud en jong. Priesters. Directeuren. De slager, de bakker, de winkelbediende, de werkman, de geslagenen, de verworpenen. De hoopvollen en wanhopigen bidden hardop het Wees gegroet.

Bakker Richaerts maakt overuren. Dat weet hij. Zonder dat hij op de klok kijkt van de immer aanwezige kerktoren, die als een oranje baken de duisternis trotseert samen met hem. Die hem, elk half uur en elk uur herinnert dat de broden, gemarmerde tijger-,  sesambollen én gewelfde croissants maagdelijk goudbruin geboren worden als een kraaiend kind onder de warme zomerzon. Favoriet blijken de geliefde kleurrijke Limburgse raster-, kruimelvlaaien. Naast het geurig palet aan fruitvlaaien. Dat menige klant laat watertanden. Smaakpapillen verrast. Kruisbessenvlaai onder golvend gebakken koppen sneeuwwit schuim. "Kroonsjele vlaai mėt sjoem". Enorm gewild bij de vele toeristen. Pal voor de winkel in grote touringcars. Zo strak geparkeerd dat ze bijna de hoge muur van het aanliggende kerkhof lijken weg te drukken. 

Hevig bezweet struinen ze over de snikhete Wijngaard waar alleen oleanders met groene bladeren als giftige dolken in potten gedijen. De  bloemen wolken lokkend met hun geur.

Waar de zuidenwind de zachte mergelmuren van de Abdijkerk streelt. daalt men net als de statige Stiftdames van weleer de helling af.  

Op een plaquette met de tekst dat er ooit een bakkerij gevestigd was met jaartallen zie ik pal voor de winkeldeur vaag de reïncarnatie van de professionele bakkersvrouw. Ze lacht  telkens breeduit, wanneer ze behendig de vlaaien en krentenbollen inpakt. Ernaast bevindt zich hotel restaurant Crasborn met betegeld terras. Daarnaast bijna verborgen de Steeg. De weg die mij verbindt met zovéél. Mijn vaak teneergeslagen moeder, die mijn handje stevig omklemt en me de eerste dag naar de memorabele kleuterschool, een houten noodgebouw, brengt. De wekelijkse gang naar de kerk, mijn heilige communie, flaneren met Pasen in een jeansjurk, de trouwfoto's, kostbaar gevat in een spierwit maagdelijk album, waarop mijn vader en moeder met feestelijk gevolg de gang vanuit haar ouderlijk huis naar de kerk maken om in liefde met elkaar verbonden te worden. De blije altijd vroeg op bakker. De wraak-,  vooral hebzuchtige donkere dreigende slager. De ruim bemeten Coop met chocomel, overalls,  waar de hoogblonde dame op leeftijd met roodgelakte nagels woont. De enige echte Mrs. Proper, die zo geniet van aandacht. Ze kijkt even op haar stappenteller app op haar mobiele telefoon. Ze klapt het rode hoesje dicht. Op de vensterbank staan haast tastbare foto's van haar man en  spontane knappe vriendin.   

De winkelstraat met de vrijgezelle, schele drogiste met onooglijk montuur. Die we plaagden door de winkelruit.  De karakteristieke kille, hol klinkende muziekschool, waar ik vals blokfluit speel, tijdens ellenlange saaie lessen.  De weg naar mijn eerste keeshondje onder een schitterend groen bladerdak door.  De weg naar het verdwenen witte hoge langgerekte nonnenklooster, waar ik van mijn eerste echte vanille ijsje smul uit handen van zuster Gemma. De later uittredende non en toegewijd kleuterleidster. De weg naar Pietje Stienen met mijn vader voldaan aan de bar. Gul rondjes gevend, nadat het zoveelste huis de pannen op het dak heeft.  Naar de imposante Groote en de mysterieuze Kleine Hegge. Naar kluizenares Jethje die langzaam verdwijnt in haar eigen gecreeërde Bermudadriehoek. Naar Belgisch Kessenich. Naar de oeverloze grintgaten met het spookschip. Naar oude nieuwe werelden. Naar creatieve onverzettelijke Marleen die uitkijkt op de bruine lome schapen. Toegewijde Bertha die fier de wit bollende was buiten hangt en eindeloos vouwt. Johan die me onderzoekend groet. Zijn vader die fietsend heel Limburg verkende. Naar mijn tante in haar fleurige tuin met kas aan de Trippaardstraat. Naar Tony die elk hek smeedde.  Naar wonderlijke Ingrid, kleiend, musicerend, zingend bessenjam inmakend. Die vanuit de witte  "de Man van La Mancha" molen zonder wieken, na vele omzwervingen voorgoed aan de Itterbeek beland is. Pal tegenover de antieke watermolen.

Géén welkom. Geen gezellig keuvelende, in spanning afwachtende rijen voor de "Kroonsjele vlaai mėt sjoem" . Geen gekwetter of echoënde lach in de gezellig uitwaaierende uitnodigende bonte Hoofdstraat met klinkende kasseien. Slechts het geluid van zo nu en dan wapperend tweedelig zonnedoek dat vergeelde schaduwen werpt. Herinneringen. Blije een dagje uit gezichten. Terwijl verrukkelijke taart- en vlaaiaroma's uitwaaieren. De zinnen prikkelen. Op een uitnodigend zwart wit betegeld terras met breed openslaande tuindeuren in een rustiek ruitjespatroon zit een hoogblonde knappe vrouw bij het rustieke witte uitnodigende Crasborn. De donker bebaarde man van haar leven aan haar zijde. Deuren die 40 jaar later haar nicht reflecteren en het innige stel even samenweven. Tussen hen in "Kroonsjele vlaai mėt sjoem". De blondine lacht haar parelwitte tanden bloot. De altijd zongebruinde man veegt het schuim van zijn gesoigneerde snor en baard. Hij slaat zijn arm om haar middel en zegt: Kom Barbara laten we gaan. 

Terug in de tijd met dezelfde klok. Elk half uur, elk uur herinnert aan bakker Richaerts. Aan de overzijde. Hoog verborgen achter de steile muren, liggen de fluisterende graven. Er boven de schaduw van de herbouwde klokkentoren. De galm weerklinkt. IJlt na, wanneer de klok het middaguur slaat.


HOUSE OF THE RISING SUN -

Een trompe l'oeil van een dromerig wit dorp. Achter blind bebaksteende ramen staat ze onopgemerkt afgebeeld op een ansichtkaart met opdracht. De Heilige Maagd Maria gehuld in schitterend goud bestikt ivoorkleurig gewaad. Een icoon van licht en verlichting. Een engel die troost biedt. 

De metaalachtige stank van statische elektriciteit en houtskool vult de turquoise nacht die valt. Niemand weet wat er zich 1,5 km verderop voltrekt. 


LEEUW

In mijn gezicht neonlichten hoor het geluid van stilte

Het geluid van stilte - Boudewijn de Groot


Lange bruine manen. Hier en daar blonder van de zon, omkransen haar lijkbleke gelaat. De paarsblauwe striemen zijn nog net zichtbaar in haar hals. IJzingwekkende stilte in  nietsziende ogen. In de ochtend als wind, sneeuw en hemelwater wegebben heeft ze het niet langer koud. Alle hoop die ze daarstraks nog had is deze nacht abrupt weggeëtst. Haar toekomstdromen zijn verdampt.

De wereld bleek anders. Ooit doorzag zij de dood. Wimpelde hem weg samen met de witte jassenmensen met hun zacht kloppende klompen. Door de terugkerende bijtende giftige slangen verloor de reuzenpaashaas met strik uiteindelijk zijn eitjes. 

Een laatste traan trekt magisch een glinsterend spoor op haar wang. Daalt via kin naar haar hals. Zo lijkt ze een koene leeuwin die dwaalde over eindeloze savannes met alleen echo's van wilde dieren in de zuidenwind.

Als een vlinder altijd vrij en voor het leven op de vlucht

Verdronken Vlinder - Boudewijn de Groot


*

POSTSCRIPTUM

8 oktober 2015

Jaren later liggen de grintgaten er vredig bij. Een gezin wandelt over de dijk. De blonde rijzige man, zojuist 50 geworden, houdt abrupt stil bij de plek waar vroeger als een relikwie het kadaverhuisje stond. Hij weet het precies. Hij omarmt zijn vrouw. Duwt haar zacht in de richting waar hij nu naartoe wijst. Zijn felwitte door de zon gebleekte haar is nu minder wit. Zijn zoon lijkt sprekend op de vroegere witkees.  Daar had mijn moeder vroeger haar land. Zegt hij zacht met een brok in de keel en wijst. Eva bespeurt een traan. Een traag slakkenspoor dat zich via zijn wang verplaatst naar zijn kin.

So you're trying to shake this feeling That trouble's right outside the door You lie awake each dark night like a time bomb wound up too tight

A storm in waiting just offshore Tell me what we're waiting for

You gotta remember You don't have to be afraid You still have the freedom to learn And say what you wanna say

You gotta remember Don't let 'em take away the land we call the home of the brave

Home of the brave - Toto

DEEL 9.       WATER

Het water werd een witte nevel. Zacht en vochtig toen je naar buiten ging. 

Decennia later hebben de grijze, kalende duikers de beelden nog scherp op hun netvlies. Deinend op de schrale afgegraven zandbodem, waar ooit blinkend grint werd gewonnen door een ratelend spookschip. Tussen alg en een school nieuwsgierige vissen, het intacte lichaam van de bonkige man. Onsterfelijk als Achilles die door zijn moeder in zwart water werd onder gedompeld. Zijn door de zon verweerde gelaat met rode konen, vaal verdord als het laatste lentegras. Als een voile verlichtte het gefilterd licht zijn armen met daarin het majestueuze uit de brandende kapel verloren gewaande beeld van de maagd Maria. Tussen hen in het kindje Jezus. 

De man wist dat zij zich zou vastklampen aan hem. Hij zou haar alles tonen. Zijn toegewijdheid, wijsheid, lelieblanke dromen ergens onzichtbaar zichtbaar in de dikke mist die hem overal waar hij kwam en zelfs in zijn slaap steeds vaker teisterde en verschroeide. Kalm als een meer, borrelend als de Etna. Hij kon niet anders. Dat wist hij.

Op een dag knipperde je met je ogen. De lucht was onnatuurlijk verzadigd blauw als blauwe regen na een regenbui. Je stampvoette. Huid, ogen, stemmen, haren, nek, adem. Wat zag je binnenin die oneindige eindigende film? 

Werd je nieuwsgierig op een zomerochtend wakker van de lang verwijlde zucht van kamperfoelie?

Water, vriendin van de wind en albatrossen. Verblindde de nacht je op klaarlichte dag? Je werd geboren in puurheid en onschuld.  Rol terug in kubusnavels. Strengslierten smeltend wit. Papagaaiengeel.

Met gesloten ogen zullen we elkaar zien. Klankkasten die elkaar bereiken. Via de ene maansteen naar de andere. Duizend duizelingwekkende capriccio snaren. Laten we zacht lachen, de geur van de lente omhelzen. Onze levens delen en naar elkaar omkijken. Het wrakhout kelen dat uitdeint tussen aardmensen.


© Ҝ卂ㄒㄒㄚ卂

https://youtu.be/SrGSt5eDt9o?feature=shared


Somebody to love

when the truth is found to be lies and all the joy within you dies Don't you want somebody to love. Don't you need somebody to love,

Wouldn't you love somebody to love, you beter find somebody to love When the garden flowers baby are dead, yes and your mind, your mind is so full of red

Don't you want somebody to love, don't you need somebody to love. Wouldn't you love somebody to love. You beter find somebody to love.

Your eyes, I say your eyes may look like his. Yeah, but in your head, baby, I'm afraid you don't know where it is

Don't you want somebody to love, don't you need somebody to love. Wouldn't you love somebody to love, You beter find somebody to love.

Tears are running down and down and down your breast and your friends,

Baby they treat you like a guest. Don't you want somebody to love. Don't you need somebody to love, Wouldn't you love somebody to love,You beter find somebody to love 

-- Jefferson Airplane -



*Gebed tot Maria  BRON:internet


Tot U nemen wij onze toevlucht:

Wees onze bescherming, heilige Moeder van God.

Wijs onze gebeden niet af als wij in nood zijn maar verlos ons uit alle GEVAREN.

Gij glorierijke en gezegende Maagd.


*Dit is het oudste Maria-gebed uit de kerken van Oost en West. Het dateert uit de 3e eeuw

X