MOONCHILD POETRY by Kattya

MOONCHILD POETRY by Kattya

Menu

CERAMIC WINDHOUNDS / THE FORTRESS

CERAMIC WINDHOUNDS

Keramische windhonden 

subtitle: THE WHEEL OF FORTUNE

               Het RAD van FORTUIN


Met een plof land je. Je kunt je alleen maar overgeven na een sprong uit een vliegtuig daal je steeds sneller. Zo wordt het rechteroog naar fascinerend fel licht getrokken. In het midden een mengvorm van zeester en de stekelige schil van een doerianvrucht.


Een diepzwarte stip met oneffen randen. Daar omheen een vuilwitte doffe cirkel die niet volledig sluit. Het andere dicht geknepen linkeroog ziet helemaal niets onder de douchestraal die water laat opspatten op lichaamstemperatuur


Het brein werkt juist nu op volle toeren en analyseert het bevroren beeld op het netvlies onder gesloten oogleden.

Ze droogt nat glanzende huid af. Ziet zichzelf door een gigantisch gaasachtig oranje geel filter in de spiegel met enkel haar rechteroog. Niet de zon die anders dan anders door het raam schijnt. De cirkel vormt een C in spiegelschrift die lijkt te zijn weg geplukt uit een stripverhaal en die je zelf mag inkleuren. Binnenin koolzwart, een exacte kopie van het Covid-19 virus. Met een balpen schetst ze het beeld razendsnel in haar aantekenboekje, voordat de zojuist getatoeëerde herinnering als een droom vervlogen is.


Het doorzichtige glas van de pot oploskoffie trilt na in de zwarte plastic fietsmand. Ernaast reikhalzend een lege slanke groene fles pro secco. Na bijna een week volstrekte afzondering, waarbij bomen, bamboe, struiken genadeloos gesnoeid en verzet zijn, ratelt de fiets richting glascontainer.  Er komt een volwassen tegenligger aan gefietst. Daarachter volgen de twee kinderen als kuikens die hun eigen weg al willen kiezen richting haar. Ze duikt de stoep op alsof ze daar ergens woont. Zo afstapt en naar binnen gaat. Met een slalom om enkele geparkeerde auto's hoeft ze nog maar even langs de vijver en zet haar fiets in het gras dat gewoon doorgroeit. Bovenop de  mosgroene  drieogige container een ornament van Oosters uitziende schalen. Zo van de Beverwijkse markt. Nu in Coronaland. Ze weifelt. Schok- en krasbestendig. Hij zou er blij mee zijn.

Eerder die ochtend. De man van haar vriendin Iris heeft zojuist zijn eerste Corona diensten erop zitten.
Ze ziet een foto met beschermbril, een smetteloos mondkapje, het bovenste gedeelte van een plastic schort. Hij lijkt als twee druppels water op de Italiaanse arts eerder op het journaal.

Een nieuw bericht van Iris. Ik wacht op mijn dochter. Ze hebben haar haar verprutst. Ze is nu naar de kapper.
Een paar uur later, nadat op tv bekend wordt dat ook een groot deel van de kappers sluiten rond enen die dag vraagt ze Iris. Is het gelukt? Wat was er mis met haar mooie haar? Ze wilde een grijze koele kleur met roze gloed bij zo'n eenmanszaakje. Het was compleet oranje. Het is nu al een stuk beter. Op de valreep Iris! Appt ze. Wie wil er nou oranje!?

Een plat ronde magnesium tablet daalt onzichtbaar maar peristaltisch voelbaar. Een paar slokken water versnellen de afdaling.
21.00 uur. Tanden gepoetst. Gezicht en hals schoon geboend met zuurstof geboost micellair water. 
Ze gaat steeds vroeger naar bed. De afgekondigd sancties en noodmaatregelen van het kabinet ziet ze pas de volgende ochtend bij het journaal na Goedemorgen Nederland.  Het was te verwachten daarom is het zo stil. De schuifpui drukt koele buitenlucht naar binnen en haar naar buiten. Achter haar sputtert het eerste kopje dampende espresso uit de machine.

Niet een keer. De tweede keer rijdt ze rakelings langs de half geblindeerde etalage van het Kruidvat. Ze ziet de bekende rekken vol gestouwd met medicatie, shampoos, haarlak, dropjes, leesbrillen die verloren hangen in overwegend lege gangpaden. Op een vakkenvuller na met kruidvat outfit. Een klant gaat naar binnen. Ze overweegt binnen gaan of doorfietsen. Alles voelt Kafkaësk. Anders.

Bij hoge uitzondering geen ritueel van squats, buik-, evenwichtsoefeningen
Na anderhalf uur fietsen tegen een superstevige muur van wind in om niemand tegen te komen, behalve enkele keren een ketting van auto's die verder uitwijken dan anders wanneer ze haar inhalen.

Hersenen moeten kraken. Dus trakteert ze ze op ingewikkelde schaakpartijen. 
Eindeloze tarot readingen waarvan de ene reader zegt dat het amusement is. Met een korreltje zout moet worden genomen. De ander beweert dat het zijn of haar professie is en wel degelijk iets toevoegt en waarvoor ze zelfs boeiende films overslaat of stopzet. De brede waaiers van tarot kaartendecks is ze meer dan zat. De reikende handen. De verscheidenheid aan bont gestyleerde nagels afwisselend met strass en andere glittertekens, French manicure, waardoor ze zich in een nagelstudio waant. De kleedjes met brandende kaarsen, engelen, uilen, quartz, maansteen, amethist. De zangerige Tylerstem die vloekt en tiert als hij met zijn whore 'o' scope variant de ether indendert. Butch die met zijn zalvende psychologenstem
erin slaagt telkens een andere pet te dragen met ander t-shirt en ondanks zijn inspanningen er telkens hetzelfde uitziet net als zijn zware halsketting.


Ze kiest een nieuw boek van de stapel. Gewoon een stevig exemplaar waar haar oog op valt. Het flinterdunne van Karin Slaughter met Martin die als vrijgezelle alles_ is- mis_met _me_ hoofdboekhouder met zijn onuitstaanbare hem kleinerende moeder woont en die steeds verder voor hem en zijn nog vreemdere  omgeving ongelooflijk in de penarie raakt laat ze even voor wat het is. Vermeldingswaard: aan het eind stikt hij bijna in de natte poes die Unique hem vol overgave en out of the blue aanbiedt omdat ze hem plots ontzettend stoer vindt. Straks gaat ze er vast verder in lezen en geïntrigeerd raken door winnaars van quizzen zoals Wheel of Fortune met als troostprijs steevast de witte keramische windhonden die resteren en zo nergens te vinden zijn. Showtime.

Het boek in meerdere tinten bruin is volgens de recensie op de voorkant het werk van iemand met een fabelachtige verbeelding. Een spannende roman die je niet loslaat. Op de achterkant leest ze: "Kenneth J. Harvey beschrijft in zijn unaniem geprezen roman STAD IN ADEMNOOD het leven in het geïsoleerde stadje Bareneed in New Foundland Canada. De inwoners met hun levendige en uitgesproken karakters vallen een voor een ten prooi aan een mysterieuze aandoening. Ze kunnen niet meer gewoon ademhalen. De introductie eindigt met: Het ademen is geen automatisme meer voor de inwoners van Bareneed omdat ze hun tijd en plaats in de moderne wereld verloren zijn en daarmee een belangrijk gedeelte van hun identiteit. ".


Ze ademt diep in en uit. Test of alles het nog doet en bladert naar het einde van het boek waar ze de lange slotzin op pagina 398 leest: "Ze vertelden het verhaal van de tijd dat de mensen van Bareneed in ademnood waren geraakt totdat ze inzagen wie ze werkelijk waren en door de beproeving van een ramp hun leven weer ter hand wisten te nemen, omdat dat gelukkig van henzelf was" .


Buiten de tuinmuren hoort ze iemand op en neer lopen. Schuivend met materialen. Zo nu en dan een harde klap in de nabije bouwcontainer. Het is verder vredig stil. Torenhoge bamboe wuift bemoedigend. Seringenknoppen priemen als rijpe tepels naar de felblauwe lucht. Een vogel klapwiekt.


Ze geniet van de nu al te hete zon. Denkt aan dansen. Naast, innig met elkaar. Terwijl de wiegende hommel na een milde winter als  minuscuul model van een helicopter voor haar rondzoemt.

Ze denkt aan de man die onophoudelijk nadenkt. Over zichzelf, over geliefdes, over haar, het lot van de wereld. Zijn onmacht, grilligheid en schijnbare onverschilligheid. Straks koelt het af. 




THE FORTRESS - DE VESTING

Een prachtig ontworpen jacht in de meest coole naadloos in elkaar glijdende metallic grijstinten die lucht en water prachtig weerkaatsen en laten samensmelten.

Het licht was niet echt super die dag. Te fel in de plots hels ontwakende middag. Een overmoedige straatveegmachine tilde met bravoure hemelreikende stofwolken als bewegend witte monsters in het rond. Miljoenen stofdeeltjes daalden vervolgens neer in de blinkende zon om  reflecterende zwarte keien dof te bedekken.

De mad man zou weldra weer uitrukken om zijn tovertruc te herhalen.


Ze had het gevoel dat ze elk tuintje, terras, elke kerk - en watertoren, elk museum, elke graspol, elk zitje om van de zon te genieten, elk café en ijssalon, elk in de avond verlicht molentje, elk zeil, elk scheepsbeslag en elk kanon gezien had.


Er was bar weinig beschutting. Ze kon de bomen tellen. De wieken werden niet voortgeblazen door enig zuchtje wind en ook de opeengepakte zeilschepen leken leeg en verlaten. 


De nepkleurige smalle huisjes torenden hoog. Vormden met veel moeite in plaats van bomen hier en daar schaduwen op het omringende plein. Het water was grijsgroen, soms antraciet net als de meeste relingen. Haar oog tuurde door een groenblauwe krul langs de brug en ze zag in de verte twee historische majestueuze schepen elkaar aandoenlijk verleiden.


De smal behuisde makelaar aan het plein bleek open. Verderop stonden relikwieën van de Oranjes. Óf het de vitrine van een winkel betrof met daarachter hoog gesloten gordijnen óf een uitbundig voorspel van wat zich verder in een wilkekeurig woonhuis afspeelde? Opeengestapeld serviesgoed naast een schenkkan. Daaronder de gedateerde Juliana & Bernhard bekers.

Verdere parafernalia en een opvallend groot fröbelwerk hing buiten in de hoek bij de deurpost. Blauwe lussen, iets met grote gaten. Haar fantasie was zo goed om er een zeilschip in te zien.


Ergens zat een dame op een wiebelend stoeltje op een zelf gecreëerd meditteraan terras met iel tafeltje. Breed omrande zonnehoed chique te bakken. De minuscule parasol oogde ranker zo aan dat grote zinderend verlaten plein.


Steeds meer bekroop haar het gevoel dat ze een enorm poppenhuis bekeek. Met hier en daar lege ruimtes. Anderen volgestouwd als pakhuis en hier en daar een modern frisse woonkamer en die ene gedistingeerde zonnebadende barbie.


Zonder Ken. Die laadde net wat spullen uit zijn territoriale four-wheeldrive. Ken verdween net zo snel weer geluidloos als Hans Klok achter geblindeerde deuren.

Er waren twee immens hoge doorgangen. Erachter ontwaarde ze flink hoger gelegen felgroen gras en registreerde ze koelte, het ruisen van bomen.


Onder het duister ontsierend bollend oog van een 360 graden camera ontwaarde ze om de hoek een witte overvloed aan geurende bloeiende bloemen. Miniatuurtuintjes met minihekjes. Mini ramen aan de schaduwrijke plots hellende achterzijde vormden een vreemd contrast.


Hier of zomaar ergens waar de omstandigheden het toelieten scheurde hij decennia geleden roekeloos op zijn fietsje. Buitelde hij met vriendjes keihard van de dijk. Koprollend met kordate kin. Longen vol branie, rijke zuurstof. Genietend van vrijheid. Dromend van eeuwige jeugd en schoonheid.


Leven weg van banaliteit, angst, uitgewiste spontaniteit. Weg van ratio.

De giga koprol steeds in de tijd met daarin stugge offers. Weg van alles trok hij zijn ondoordringbare verdedigingslinie op.

Gek werd je immers. Als je niet kon zeilen.

Weg van hitte, leegte.


Toen ze het droogdok Jan Blanken bereikte, dat leek op een starre lichtgrijze volgevreten XL rups die geen stap meer kon verzetten, keek ze naar de lettervloed.

" EEN WERK , 'T GEEN VOOR GEEN DER GROOTE BOUWKUNDIGE ONDERNEEMINGEN IN ANDERE LANDEN BEHOEFDE TE WYKEN."

Witte antieke klinkers galmden na uit een roemrucht verleden.

Zouden ze houden op dat metalen frame onder die godvergeten heet bijtende zon?


Er klonk bedrijvigheid aan het eind. Daar waar de enorme grijsgrauw gespoten deuren uitnodigend open stonden werd geboord en gewerkt aan kleine maquettes. Ze ontwaarde in een fractie een zeilscheepje in een kleine ruimte aan de achterkant van de bewegingloze rups.


Ze klom bovenop de hoge muur en sprong over een diepte van zeker 2,5 meter zonder angst naar een beter uitkijkpunt om de waterlinie in zijn glorie te overzien.


Als in een tijdmachine werd ze in een ander tijdsgewricht gezogen. Daalden bruine meisjesvoetjes in felwitte margrieten teenslippers behendig de steil buigende dijk af. Aan het eind van de traag zwoele namiddag kaapte ze een van de betere roeiboten van de grindmaatschappij. Roeide ze naarstig naar het diepste punt. Daar waar het zwijgende water ondoorgrondelijk ijskoud zwart tegen haar handen en roeispanen spatte. Zwoele lucht haar zacht onderdompelde, bezag ze de wereld op haar manier.


De roodgouden gloed verlichtte haar gezicht langdurig. Een dromerig langharig meisje in een eerdere tragere eeuw.


Internetnote bij mijn foto's.

17e eeuw: Het ontstaan van de Vesting

Het water en Hellevoetsluis zijn vanouds met elkaar verbonden. Dankzij de gunstige en strategische ligging aan het Haringvliet werd Hellevoetsluis in het begin van de 17e eeuw een thuishaven voor de Hollandse oorlogsvloot. Een haven die later steeds meer werd versterkt, waardoor de unieke combinatie van vestingstad en oorlogshaven ontstond. Admiraals als de Ruyter, Tromp en Piet Hein hebben er hun thuishaven gehad.


In 1667 vertrok vanuit Hellevoetsluis een vloot om de Engelse marinehaven Chatham aan te vallen. De operatie was succesvol: tientallen fregatten werden verbrand of tot zinken gebracht en Michiel de Ruyter kwam triomfantelijk terug met het veroverde vlaggenschip The Royal Charles. Om te voorkomen dat één van de vijanden van de Republiek een vergelijkbare aanval zou uitvoeren op de in Hellevoetsluis liggende oorlogsvloot, werden omstreeks deze jaren de eerste vestingwerken aangelegd. Deze bestonden uit eenvoudige werken van houten palen en aarden borstweringen.

Twintig jaar later verkeerden ze in slechte staat en omdat het herstel veel geld zou kosten, dreigde Hellevoetsluis zijn positie als marinehaven te verliezen aan Willemstad. In 1688 besefte Stadhouder Willem III echter tijdens de voorbereidingen van zijn Glorieuze Overtocht naar Engeland om de troon op te eisen dat de haven een buitengewoon gunstige ligging had. Hij vertrok vanuit Hellevoetsluis met 400 schepen richting Engeland om daar koning te worden. En hij bepaalde dat er flink geïnvesteerd moest worden en dat Hellevoetsluis een stelsel van moderne vestingwerken moest krijgen. Die metamorfose vond plaats tussen 1695 en 1710, waarbij de vesting de karakteristieke vorm kreeg die vandaag de dag nog is te herkennen.